Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

djitjing voor eigen gebruik, bedoeld in alinea 1 van dit artikel, alleen verleend aan hen, die op het tijdstip der inwerkingtreding dezer ordonnantie Q) reeds binnen het gewest gevestigd zijn en geregeld opium gebruiken.

(4) Vergunningen als hiervoren bedoeld kunnen bij gebleken noodzakelijkheid, te beoordeelen door het Hoofd van gewestelijk bestuur, ook na de inwerkingtreding dezer ordonnantie worden verleend, mits betrokkenen niet tot de inheemsche bevolking behooren en onthouding eener vergunning strijdig kan worden geacht met bevordering van de oeconomische ontwikkeling van het gewest, aan:

I. werklieden bij 's Landswerken en op ondernemingen van bandof mijnbouw of exploratiën, welke niet overeenkomstig het bepaalde bij alinea 2 sub b van dit artikel zijn aangewezen als dezulke, waar het*ezit en het vervoer van regie-opium zoomede van regiedjitjing aan zoodanige personen is toegestaan;

II. andere personen dan sub I bedoeld, ter begunstiging van immigratie of van definitieve vestiging als ingezetene dan wel van handelsdoeleinden als anderszins.

(5) In de vergunning wordt aangegeven een maximum, hetwelk de gezamenlijke inkoopen van den houder per maand niet mogen overschrijden.

(6) De vergunningen worden verleend onder het voorbehoud dat zij ten allen tijde door of namens het Hoofd van gewestelijk bestuur schriftelijk kunnen worden ingetrokken en in elk geval niet langer dan één jaar geldig zijn.

(7) Bij bezit of vervoer van regie-opium of regie-djitjing door de houders der vergunningen en bij vervoer door personen aan wie dit door de houders der vergunningen is opgedragen, moet de betrekkelijke vergunning op aanvrage der Politie worden vertoond.

(8) A~an een ieder is verboden:

a. aan personen, ter plaatse niet gerechtigd tot het bezit en vervoer van regie-opium en regie-djitjing, gelegenheid te geven tot het gebruiken van opium;

i. personen als sub a bedoeld op eenigerlei wijze van opium te voorzien of te doen voorzien, ook al draagt deze handeling niet het karakter van verkoop.

(9) Het opium en de overbüjfselen daarvan, welke in strijd met de bepalingen der eerste alinea van dit artikel bezeten of vervoerd worden, worden beschouwd en behandeld als onwettig opium.

(1) l November 1912.

Sluiten