Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

is gekocht van de regie in Nederlandsch-Indië, waar deze wijze van exploitatie van het Opiummiddel reeds is of nader zal zijn ingevoerd, toegezonden aan den Directeur van de fabriek der Opiumregie. Deze of de Scheikundige bij die fabriek zendt het aangehaalde, tenzij reeds is uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, verzegeld terug aan het Hoofd van plaatselijk bestuur met eene verklaring, afgegeven op den eed (belofte) bij den aanvang zijner bediening gedaan, inhoudende, dat het aangehaalde door hem onderzocht is op de bestanddeelen van opium, of die bestanddeelen al dan niet door hem zijn aangetroffen, en in het bevestigend geval of blijkens zijn onderzoek, ook naar de aanwezigheid der kenmerken, welke aan het opium der regie in bovenbedoeld gebied niet kunnen ontbreken, het onderzocht opium al dan niet, dan wel slechts ten deele, van de regie in dat gebied afkomstig kan zijn, en met welke hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid het door hem wordt gelijkgesteld. Is reeds uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, dan bepaalt de Directeur van de fabriek der Opiumregie of de Scheikundige bij die fabriek zich tot de opzending van zijne verklaring (1).

(2) De verklaring, in de vorige alinea bedoeld, wordt bij de gedingstukken gevoegd. Zij heeft in zaken van overtreding dezer ordonnantie bewijskracht ten aanzien van hetgeen aan het voorwerp van onderzoek is waargenomen (2).

(3) Het geldswaardig bedrag van het aangehaalde, de kati ruw opium berekend tegen twintig gulden, wordt uit 's Lands kas uitgekeerd en verdeeld op de wijze als bij artikel 12 is voorgeschreven. Deze uitkeering blijft achterwege, indien de uit te keeren gelden minder zouden bedragen dan é én gulden.

(4) Al wat op grond van deze ordonnantie wordt verbeurd verklaard, met uitzondering van waardelooze gereedschappen en verpakkingsmiddelen, welke dadelijk vernietigd worden, wordt onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur opgezonden naar de fabriek der Opiumregie, en daar, voor zoover het voor 's Lands dienst bruikbaar wordt bevonden, ingenomen bij de boeken en

(1) De eerste alinea wordt aldus gelezen ingevolge artikel 3 subb der ordonnantie van 4 Februari 1918 (Staatsblad no. 218).

(2) De tweede alinea is goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 Jutf 1903 no. 38 (Indisch Staatsblad no. 314); vide ook het Koninklijk Besluit van 18 Juni 1907 no. 75 (Indisch Staatsblad no. 341, zie deel I blz. 33).

Sluiten