Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ordonnantie hebben last gegeven, daarbij belanghebbenden zijn, of die handelingen op eenige wijze, hoe ook genaamd, desbewust hebben bevorderd, worden gestraft met dezelfde straffen, als in artikel 12 tegen den overtreder zijn bedreigd.

Artikel 10.

Ieder, die met het doel om een ander bloot te stellen aan een der straffen, welke bij deze ordonnantie zijn bepaald, onder diens goederen, in diens woning of op diens erf opium, overblijfselen van gerookt opium, eenige der andere in artikel 1 omschreven zaken, of gereedschappen als bedoeld in § f der eerste alinea van artikel 6, verbergt of nederlegt, of wel doet verbergen of nederleggen, wordt gestraft, indien hij een Europeaan of met dezen gelijkgestelde is, overeenkomstig artikel 326 van het thans nog vigeerend Wetboek van Strafrecht voor Europeanen, en indien hij een Inlander of met dezen gelijkgestelde is, overeenkomstig artikel 328 van het Wetboek van Strafrecht voor Inlanders.

Artikel 11.

(1) Dadelijk na aanhaling van opium — daaronder begrepen de zaken, bedoeld in de tweede alinea van artikel 1 — wordt dit, ook indien de eigenaren niet bekend zijn of uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld, onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur en met een afschrift van het proces-verbaal van de aanhaling, waarin de gronden zijn te vermelden, waarop vermeend wordt dat het opium al of niet is gekocht van de Regie in Nederlandsch-Indië, waar deze wijze van exploitatie van het Opiummiddel reeds is of nader zal zijn ingevoerd, toegezonden aan den Directeur van de fabriek der Opiumregie. Deze of de Scheikundige bij die fabriek zendt het aangehaalde, tenzij reeds is uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, verzegeld terug aan het Hoofd van plaatselijk bestuur, met eene verklaring, afgegeven op den eed (belofte) bij den aanvang zijner bediening gedaan, inhoudende, dat het aangehaalde door hem onderzocht is op de bestanddeelen van opium, of die bestanddeelen al dan niet door hem zijn aangetroffen, en in het bevestigend geval of, blijkens zijn onderzoek, ook naar de aanwezigheid der kenmerken, welke aan het opium der Regie in bovenbedoeld gebied niet kunnen

55

Sluiten