Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e. overblijfselen van opium, als bedoeld in § d, in hoeveelheden van meer dan één halve thail, behoudens het bepaalde in alinea 5 van dit artikel;

f. gereedschappen, die in den regel uitsluitend gebezigd worden tot- of het kenmerk dragen van te zijn gebezigd voor het bereiden van opium.

(2) Nochtans zijn zij, die voorzien zijn van een door het Hoofd van gewestelijk bestuur schriftelijk verleende vergunning, bevoegd tot het vervoeren van meer dan één thail bereid opium der Begie in de verpakking der Begie, tot eene maximum hoeveelheid, in de vergunning uit te drukken, van eene verkoopplaats naar een of meer andere plaatsen, alle met naam te vermelden, en tot het bezitten daarvan op laatstbedoelde plaatsen en zulks onder mede in de vergunning te vermelden voorwaarden.

(3) Deze vergunningen worden verleend voor ten hoogste één jaar onder het voorbehoud, dat zij te allen tijde door het Hoofd van gewestelijk bestuur schriftelijk kunnen worden opgezegd.

(4) Het afgeven aan derden van opium der Begie in de verpakking der Begie tegen de prijzen, vastgesteld voor de opiumverkoopplaats, waar het is gekocht, door de houders van de vergunningen, wordt niet als verkoop beschouwd.

(5) Aan kithouders en houders eener vergunning, als bedoeld in alinea 2 van dit artikel, is het vergund overblijfselen als bedoeld in § d van alinea 1 van dit artikel, te bezitten of te vervoeren tot eene hoeveelheid, voor ieder hunner door het Hoofd van gewestelijk bestuur vast te stellen.

Artikel 7.

Als opium, niet gekocht van de Begie, wordt beschouwd en behandeld :

a. opium in andere verpakking dan die, voor de Begie door den Gouverneur-Generaal vastgesteld;

b. opium, aangetroffen in de oorspronkelijke verpakking der Begie, of eene daaraan gelijke, doch waarvan de onwettige herkomst is bewezen.

Artikel 8.

Het is verboden:

a. uit overblijfselen van gerookt opium opnieuw opium te bereiden;

64

Sluiten