Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

indien evenbedoelde hoeveelheid meer dan honderd kati's bedraagt, met eene boete van één duizend tot tien duizend gulden voor de eerste honderd kati's en van honderd gulden voor elke kati meer.

(2) De gevangenisstraf sub f der vorige alinea bedoeld, wordt met opzicht tot Inlanders en met hen gelijkgestelde personen vervangen door dwangarbeid buiten den ketting voor gelijken duur.

(3) Voor de berekening van het beloop der boete, in de eerste alinea sub f bedoeld, wordt als grondslag aangenomen de hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid, waarmede het aangehaalde, volgens de verklaring, bedoeld in de eerste alinea van artikel 21, wordt gelijkgesteld.

(4) Het aangehaald opium (daaronder begrepen de zaken, bedoeld in de tweede alinea van artikel 1) en de in § ƒ der eerste alinea van artikel 6 omschreven gereedschappen, waarmede in strijd met de bepalingen dezer ordonnantie is gehandeld, worden verbeurd verklaard.

(5) Voer- of vaartuigen en bespanningen, door middel van welke in overtreding van de in deze ordonnantie voorkomende bepalingen is gehandeld, kunnen indien de rechter daartoe termen vindt, verbonden en executabel worden verklaard voor de betaling van de opgelegde boeten en van de kosten van de gerechtelijke vervolging.

. (6) De in § ƒ der eerste alinea van dit artikel gestelde straffen zijn niet van toepassing:

a. op hen, die — in gevallen van eenvoudig bezit, verkoop of vervoer van opium tot eene hoeveelheid van niet meer dan twee kati's ruw of hetgeen daarmede wordt gelijkgesteld, of van de in § f der eerste alinea van artikel 6 omschreven gereedschappen — in strijd met de bepalingen van deze ordonnantie, voor de eerste maal ter zake in overtreding worden bevonden. In die gevallen worden de overtreders, behalve met verbeurdverklaring van het achterhaalde opium en van de achterhaalde gereedschappen, gestraft:

Europeanen en met dezen gelijkgestelden met eene geldboete van één honderd gulden of gevangenisstraf van drie tot acht dagen;

Inlanders en met dezen gelijkgestelden met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van acht dagen tot drie maanden; l. op hen, die — in gevallen van eenvoudig bezit, verkoop of vervoer van opium tot eene hoeveelheid van niet meer dan twee thails ruw of hetgeen daarmede wordt gelijkgesteld, of van de in § ƒ der eerste alinea van artikel 6 omschreven gereedschappen —

Sluiten