Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4) De verdeeling tusschen meerdere aanbrengers, aanhalers of andere deelgerechtigden geschiedt door het Hoofd van gewestelijk bestuur naar gelang van ieders verdiensten.

(5) Aandeelen, waarop niemand aanspraak heeft, blijven mede beschikbaar voor de toekenning van buitengewone belooningen op den voet van de slotbepalingen in het eerste lid.

(6) De voorschriften van artikel 2 van de resolutie van 16 September 1833 IP 6 (Staatsblad 11' 56) en van artikel 1, letter b, van het besluit van 18 September 1853 11' 5 (Staatsblad II' 73), alsmede van het besluit van 11 April 1874 II' 14 (Staatsblad n' 106) blijven gehandhaafd.

(7) Wanneer het, naar het oordeel van het Hoofd van gewesteĆ¼jk bestuur, niet twijfelachtig is, dat de verbeurdverklaring van eenige partij aangehaald opium door den rechter zal worden uitgesproken, zoomede indien de eigenaren 'van het aangehaald opium, daar onder begrepen de zaken bedoeld in de tweede alinea van artikel 1, niet bekend zijn of uit anderen hoofde geene strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld', geschiedt de uitkeering op de wijze als bij de vorige alinea's is aangegeven, binnen acht dagen na ontvangst van de in de eerste alinea van artikel 21 bedoelde verklaring van den Directeur van de fabriek der Opiumregie of den Scheikundige bij die fabriek.

Artikel 23.

Opium, "ingekocht bij een der verkoopplaatsen van de Opiumregie buiten het gouvernement Oostkust van Sumatra, wordt ten aanzien van de Bepalingen dezer ordonnantie gelijkgesteld met opium, gekocht bij een der binnen dat gebied gelegen verkoopplaatsen.

Artikel 24.

De voorschriften van deze ordonnantie zijn niet van toepassing op den invoer, den eigendom, het bezit, het vervoer en den verkoop van opium voor geneeskundig gebruik, behoudens de daaromtrent bestaande of nader vast te stellen bepalingen.

Overgangsbepaling. Artikel 25.

(Over opium, hetwelk bezeten werd bij de inwerkingtreding der ordonnantie, is vervallen door verloop van tijd).

74

Sluiten