Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Europeanen en met dezen gelijkgestelden met eene geldboete van één honderd gulden of gevangenisstraf van acht dagen;

Inlanders en met dezen gelijkgestelden met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van drie maanden.

(7) Bij de beoordeeling of voor de eerste maal dan wel bij herhaling overtreding is gepleegd, komen mede in aanmerking:

le. veroordeelingen uitgesproken krachtens het bij deze ordonnantie buiten werking gesteld Eeglement voor de pacht van het recht tot den invoer en den verkoop van opium in het gouvernement Atjèh en Onderhoorigheden, vastgesteld bij de ordonnantie van 15 Januari 1901 (Staatsblad 11' 55) zooals dat Eeglement sedert is gewijzigd en aangevuld;

2e. veroordeelingen wegens overtredingen begaan in de vroeger tot het gebied van het gouvernement Sumatra's Westkust behoorende gedeelten van het gewest Atjèh en Onderhoorigheden en uitgesproken krachtens het. voor eerstbedoeld gouvernement buiten werking gestelde Eeglement voor de opiumpacht op Java en Madoera vastgesteld bij de ordonnantie van 14 Juli 1890 (Staatsblad B* 149) en voor dat gouvernement van toepassing verklaard bij de ordonnantie van 28 Juli 1890 (Staatsblad 11! 155), zooals dat Eeglement sedert is gewijzigd en aangevuld, en krachtens de buiten werking gestelde ordonnantie van 23 April 1883 (Staatsblad 11' 131);

3e. veroordeelingen wegens overtredingen begaan in de onderafdeeling Tamiang en uitgesproken krachtens het Eeglement voor de pacht van het recht tot den verkoop van opium in het klein in die gedeelten van de residentie Oostkust van Sumatra, waar dat recht door het Nederlandsch-Indisch gouvernement in pacht wordt afgestaan, gehecht onder I/1. A aan de ordonnantie van 16 October 1885 (Staatsblad E.' 167), zooals dat Eeglement laatstelijk is gewijzigd bij de ordonnantie van 25 Januari 1908 (Staatsblad ïl' 75) en bij artikel 1 § B sub a der ordonnantie van 28 Januari 1899 (Staatsblad n! 67) van toepassing verklaard op de toenmalige afdeeling Tamiang der residentie Oostkust van Sumatra;

4*. veroordeeling wegens overtredingen begaan in de onderafdeeling Serbödjadi en uitgesproken krachtens de bij deze ordonnantie buiten werking gestelde Bepalingen vastgesteld bij de ordonnantie van 6 April 1911 (Staatsblad II' 280).

(8) Een verloop van meer dan tien jaren tusschen twee overtre-

86

Sluiten