Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

Artikel 13.

(1) Het opium, dat krachtens het vorig artikel in eene bergplaats is opgeslagen, wordt weder geladen in het vaartuig, waarmede het is aangevoerd.

(2) Het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur kan om bijzondere redenen vergunnen, dat het opium in een ander vaartuig wordt geladen.

(3) Het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur bepaalt het tijdstip van de inlading in dier voege, dat het vertrek van het vaartuig niet wordt vertraagd.

(4) Het opium wordt aan boord zoodanig geborgen, dat men zich gemakkelijk van zijne aanwezigheid overtuigen kan.

Artikel 14.

(1) Het opium moet met het vaartuig, aan boord waarvan het blijft krachtens de in het laatste lid van artikel 12 bedoelde vergunning, of waarin het krachtens artikel 13 is geladen, binnen een door het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur te bepalen termijn worden vervoerd.

(2) Het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur kan het opium aan boord doen bewaken tot het vaartuig vertrekt of tot een ander door hem te bepalen tijdstip.

Artikel 15.

(1) De kosten van de lossing, van het vervoer naar de bergplaatsen en van daar naar boord, en van de inlading komen voor rekening van den gezagvoerder.

(2) Pakhuishuur of andere dergelijke vergoeding is niet verschuldigd.

(3) Indien de emballage van het opium naar het oordeel van het Hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur te wenschen overlaat, wordt die voor rekening van den gezagvoerder hersteld of vervangen.

(4) Deze worden voor de bewaking waakloonen in rekening gebracht tot een door bedoeld Hoofd vast te stellen bedrag.

Artikel 16.

Het Hoofd van gewestelijk bestuur is bevoegd om onder, zoo mogelijk in overleg met den Hoofdinspecteur der Opiumregie vast te

Sluiten