Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

125

stellen voorwaarden, de bepalingen van de artikelen 10, 12, 13 en 14 voor bepaalde sebepen of reedérijen geheel of gedeeltelijk buiten werking te stellen.

Artikel 17.

De verbodsbepalingen in deze ordonnantie gelden niet ten aanzien van den invoer, het vervoer, het bezit en den verkoop van opium door, ten behoeve van of van wege het Gouvernement, en zijn mede niet van toepassing op dienaren van het Gouvernement van ambtswege handelende.

Artikel 18.

(1) Overtreding van de bepalingen dezer ordonnantie wordt gestraft :

a. van de tweede aünea van artikel 3 of van de alinea's 5 en 6 van artikel 9a:

voor Europeanen en met dezen gelijkgestelden met eene geldboete van één honderd gulden of gevangenisstraf van drie tot acht dagen en voor Inlanders en met dezen gelijkgestelden met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van één maand tot drie maanden;

b. van artikel 4 met eene geldboete van vijf en twintig gulden voor elk verzuim;

c. van de derde alinea van artikel 5 met eene boete van tien tot honderd gulden en zulks boven en behalve de straffen op het houden van verboden pandhuizen gesteld;

d. van de eerste, tweede, vierde of vijfde alinea van artikel 5 met eene boete van tien tot honderd gulden;

e. van artikel 11, van het tweede lid van artikel 12 en van het eerste lid van artikel 14 met eene geldboete van één duizend tot tien duizend gulden en verbeurte van het opium, welks aanwezigheid de overtreding deed begaan of hetwelk niet binnen den voorgeschreven termijn vervoerd is;

f. alle overige overtredingen der bij deze ordonnantie gemaakte bepalingen, behalve met gevangenis, de eerste maal voor den tijd van een maand tot drie jaren, en bij herhaling voor den tijd van drie maanden tot vijf jaren:

indien de hoeveelheid opium, waarmede de overtreding is ge-

Sluiten