Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

173

15 voor bepaalde schepen of reederijen geheel of gedeeltelijk buiten werking te stellen.

Artikel 18.

De verbodsbepaüngen in deze ordonnantie gelden niet ten aanzien van den invoer, het vervoer, het bezit en den verkoop van opium door, ten behoeve van of van wege het Gouvernement, en zijn mede niet van toepassing op dienaren van het Gouvernement in hunne ambtelijke hoedanigheid.

Artikel 19.

(1) Overtreding van de bepalingen dezer ordonnantie wordt gestraft: 8

a. van de tweede alinea van artikel 3 of van de vierde alinea van artikel 10:

voor Europeanen en met dezen gelijkgestelden met eene geldboete van één honderd gulden of gevangenisstraf van drie tot acht dagen en voor Inlanders en met dezen gelijkgestelde n met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van één maand tot drie maanden; i. van artikel 4 met eene geldboete van vijf en twintig gulden voor elk verzuim;

c. van de derde alinea van artikel 5 met eene boete van tien tot honderd gulden en zulks boven en behalve de straffen op het houden van verboden pandhuizen gesteld;

d. van de eerste, tweede, vierde of vijfde alinea van artikel 5 met eene boete van tien tot honderd gulden;

e. van artikel 12, van het tweede lid van artikel 13 en van het eerste lid van artkeil 15 met eene geldboete van één duizend tot tien duizend gulden en verbeurte van het opium, welks aanwezigheid de overtreding deed begaan of hetwelk niet binnen den voorgeschreven termijn vervoerd is;

f. alle overige overtredingen der bij' deze ordonnantie gemaakte bepalingen, behalve met gevangenis, de eerste maal voor den tijd van één maand tot drie jaren, en bij herhaling voor den tijd van drie maanden tot vijf jaren;

indien de hoeveelheid opium, waarmede de overtreding is gepleegd, niet meer bedraagt dan honderd kati's, met eene boete van één duizend tot tien duizend gulden;

Sluiten