Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijner bediening gedaan, inhoudende, dat het aangehaalde door hem onderzocht is op de bestanddeelen van opium, of die bestanddeelen al dan met door hem zijn aangetroffen, en in het bevestigend geval of blijkens zijn onderzoek ook naar de aanweziVbmH ^ u i'

0~~-^ uw Ji.OJJ.iLLCiJi.Cli,

welke aan het opium der Eegie in bovenbedoeld gebied niet kunnen ontbreken, het onderzocht opium al dan niet, dan wel slechts ten deele van de Eegie in dat gebied afkomstig kan zijn, en met welke hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid het door hem wordt gelijkgesteld. Is reeds uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, dan bepaalt de Directeur van de fabriek der Opiumregie of de Scheikundige bij die fabriek zich tot de opzending van zijn verklaring (1).

(2) De verklaring, in de vorige alinea bedoeld, wordt bij de gedingstukken gevoegd.

(3) Het geldswaardig bedrag van het aangehaalde, de kati ruw opium berekend tegen twintig gulden, wordt uit 'sLands kas uitgekeerd en verdeeld op de wijze als bij artikel 23 is voorgeschreven Deze uitkeering blijft achterwege, indien de uit te keeren gelden minder zouden bedragen dan één gulden.

(4) Al wat op grond van deze Bepalingen wordt verbeurd verklaard, met uitzondering van waardelooze gereedschappen en verpakkingsmiddelen, welke dadelijk vernietigd worden, wordt onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur opgezonden naar de fabriek der Opiumregie, en daar, voor zoover het voor 's Lands dienst bruikbaar wordt bevonden, ingenomen bij de boeken en overigens vernietigd. Op gelijke wijze wordt gehandeld met opium en gereedschappen, waarvan de eigenaren niet bekend zijn of ten opzichte waarvan uit anderen hoofde geen strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld.

Artikel 23.

(1) De overeenkomstig artikel 22 uit 'sLands kas uit te keeren gelden, zoomede de boeten, verbeurd en voldaan ter zake van overtredingen van deze Bepalingen, worden onverwijld, nadat de veroordeeling kracht van gewijsde zaak heeft bekomen, of nadat in de

(1) De le alinea van dit artikel wordt aldus fml^n ino-a™,™ „,.ki™i

4 sub 2e 6 van de ordonnantio van 4 Februari 1913 (Staatsblad no. 218).

Bepalingen. ^2

177

Sluiten