Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

zorgen dat vóór aan de daarin aangeduide gebouwen, op eene zichtbare plaats, een houten bord wordt gesteld waarop, voorzoover betreft de kitten voor vrouwen, de woorden „opiumkit voor vrouwen" en voor zoover betreft de andere kitten het woord „opiumkit", in de Nederlandsche, de plaatselijke Inlandsche en de Chineesche talen, duidelijk te lezen staan, op verbeurte eener boete van vijf en twintig gulden voor elk verzuim.

Artikel 5 (1).

(1) Jongelieden, van wie men niet met genoegzame zekerheid weet, dat zij den leeftijd van achttien jaren bereikt hebben zoomede gewapende of beschonken lieden, worden in de kitten — onverschillig voor mannen of voor vrouwen — niet toegelaten.

In de kitten voor vrouwen worden geen mannen en in de andere kitten geen vrouwen toegelaten.

(2) Dobbel- of andere spelen, hoe ook genaamd, zijn daarin verboden.

(3) Evenzoo is het aan een ieder verboden, in een opiumkit of hare aanhoorigheden goederen tegen gereed geld in pand te nemen of te koopen.

(4) Het Hoofd van gewestelijk bestuur bepaalt in overleg met den Hoofdambtenaar, Chef van den dienst der Opiumregie (2) voor elke kit gedurende welke uren zij voor het publiek toegankelijk mag worden gesteld, met dien verstande dat de kitten in ieder geval van

elf uur des avonds tot half zes uur des ochtends gesloten zullen zijn.

(5) Indien handelingen worden gepleegd in strijd met de le, de 2e of de 4e alinea van dit artikel, of indien de kithouder de bezoekers van de kit op eenigerlei wijze van opium voorziet, of doet voorzien, voor zoover deze handeling niet het karakter draagt van ■verkoop, dan wel indien hij toelaat, dat de bezoekers elkander in de kit op eenigerlei wijze opium afstaan, wordt hij gestraft met eene boete van tien tot honderd gulden. Eene gelijke boete wordt verbeurd door hen, die zich hebben schuldig gemaakt aan overtreding van de 3e alinea van dit artikel, en zulks boven en behalve de straffen, op het houden van verboden pandhuizen gesteld.

(1) De le, 2e, 3e en 5e alinea van dit artikel zijn opgenomen zooals zij luiden ingevolge arlikel 1 der ordonnantie van 17 Januari 1901 (Staatsblad no. 62) terwijl de 4e alinea is opgenomen zooals zij luidt ingevolge de ordonnantie van 16 April 1902 (Staatsblad no. 174).

(2) Zie noot (*) blz. 181.

Sluiten