Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

de ordonnantie van 16 November 1857 (Staatsblad II5 105), zooals die voorwaarden sedert zijn gewijzigd komen mede in aanmerking bij de beoordeeling of voor de eerste maal dan wel bij herhaling overtreding is gepleegd (*).

Artikel 12.

(1) De overeenkomstig artikel 10 uit 'sLands kas uit te keeren gelden, zoomede de boeten, verbeurd en voldaan ter zake van overtredingen van deze ordonnantie, worden onverwijld, nadat de veroordeeling kracht van gewijsde zaak heeft bekomen, of nadat in de gevallen, bedoeld bij artikel 410 van het reglement op de strafvordering en artikel 401 van het reglement op het rechtswezen in de residentie Ternate, vastgesteld bij de ordonnantie van 6 Februari 1882 (Staatsblad ïl! 32), de boete vrijwillig is voldaan en verklaard is, dat in de verbeurdverklaring wordt berust, verdeeld als volgt:

a. aan den aanbrenger of de aanbrengers 3/ •

b. aan den aanhaler of de aanhalers 2/T;

c. aan allen, die tot het ontdekken der overtreding en het doen der aanhaling hebben medegewerkt y •

blijvende 1/7 beschikbaar, ten einde daaruit, ter beoordeeling van den Hoofdambtenaar, Chef van den dienst der Opiumregie (2), buitengewone belooningen toe te kennen aan personen, die zich ter ontdekking van overtredingen bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt (").

(2) Het Hoofd van gewestelijk bestuur beslist wie als aanbrenger, als aanhaler en als medewerker moeten worden aangemerkt.

(3) Een ieder, die in meer dan één categorie werkzaam is geweest, heeft aanspraak op aandeel uit elke, waarin hij zijne diensten heeft verleend.

(4) De verdeeling tusschen meerdere aanbrengers, aanhalers of andere deelgerechtigden geschiedt door het Hoofd van gewestelijk bestuur naar gelang van ieders verdiensten.

(5) Aandeelen, waarop niemand aanspraak heeft, blijven mede beschikbaar voor de toekenning van buitengewone belooningen op den voet van de slotbepaling in het eerste lid.

(1) Deze alinea wordt aldus gelezen ingevolge § II sub 4e c der ordonnantie van 10 Maart 1905 (Staatsblad no. 187).

(2) Zie noot (*) blz. 181.

(3) Deze alinea wordt aldus gelezen ingevolge § II sub 5e c der ordonnantie van 10 Maart 1905 (Staatsblad no 187).

Sluiten