Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besluit van 18 September 1853 11? 5 (Staatsblad 11? 73), alsmede van het besluit van 11 April 1874 Il! 14 (Staatsblad 11! 106) blijven gehandhaafd.

(8) Wanneer het, naar het oordeel van het Hoofd van gewestelijk bestuur, niet twijfelachtig is, dat de verbeurdverklaring van eenige partij aangehaald opium door den rechter zal worden uitgesproken, zoomede indien de eigenaren van het aangehaald opium, daaronder begrepen de zaken bedoeld in de tweede alinea van artikel 1, niet bekend zijn of uit anderen hoofde geene strafvervolging wegens overtreding kan worden ingesteld, geschiedt de uitkeering op de wijze als bij de vorige alinea's is aangegeven, binnen acht dagen na ontvangst van de in de eerste alinea van artikel 22 bedoelde verklaring van den Directeur van de fabriek der Opiumregie of den Scheikundige bij die fabriek.

Artikel 24.

Opium, ingekocht bij een der verkoopplaatsen van de Opiumregie buiten de residentie Timor en Onderhoorigheden, met uitzondering van de afdeeling Soembawa, wordt ten aanzien van de Bepalingen dezer ordonnantie gelijkgesteld met opium, gekocht bij een der binnen dat gebied gelegen verkoopplaatsen.

Overgangsbepaling. Artikel 25.

(Over opium hetwelk bezeten werd bij de inwerkingtreding der ordonnantie; is vervallen door verloop van tijd).

III. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 April 1910 en kan worden aangehaald als de „Timor-Regie-ordonnantie".

En opdat niemand hiervan onwetendheid voorwende, zal deze in het Staatsblad van Nederlandsch-Indië geplaatst en, voor zooveel noodig, in de Inlandsche en Chineesche talen aangeplakt worden.

Gelast en beveelt voorts, dat alle hooge en lage Colleges en Ambtenaren, Officieren en Justieieren, ieder voor zooveel hem aangaat, aan

208

Sluiten