Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervoerd en waar zoowel dit als de daarvan verkregen djitjing mogen worden bezeten; e. eventueel ook de andere voorwaarden onder welke de vergunningen verleend worden.

(5) Bij bezit of vervoer van regie-opium of regie-djitjing door de houders der in alinea 1 van dit artikel bedoelde vergunningen en bij vervoer door personen, aan wie dit door de houders dier vertgunningen is opgedragen, moet de betrekkelijke vergunning op aanvrage van de Politie of van de Douane worden vertoond.

(6) Aan een ieder is het verboden aan personen, die ter plaatse niet gerechtigd zijn tot het bezit van opium:

a. gelegenheid te geven tot het gebruiken van opium;

b. regie-opium te vervreemden ook anders dan door verkoop.

Artikel 10.

(1) Aan vaartuigen, die opium aan boord hebben, niet afkomstig van de regie, is het verboden zich te bevinden binnen den afstand van zes Engelsche zeemijlen, voor zoover zij in Nederlandsch-Indiƫ thuis behooren en van drie Engelsche zeemijlen, voor zoover zij aldaar niet thuis behooren, van de kusten, behoorende tot het gebied van de residentie Bali en Lombok, met uitzondering van de afdeeling Lombok.

(2) Op Europeesche wijze getuigde vaartuigen van meer dan vijf en zeventig kubieken meter of zes en twintig en een halven registerton zijn van dat verbod uitgezonderd, doch mogen binnen den in de eerste alinea van dit artikel vermelden afstand ten handel noch ten anker komen dan op de reede van Pabean Singaradja.

(3) De verbodsbepalingen van de vorige alinea's van dit artikel zijn niet toepasselijk op vaartuigen, aan boord waarvan zich geen ander opium bevindt dan dat, hetwelk ten behoeve en voor rekening van het Gouvernement of op den voet van de daaromtrent bestaande of nader vast te stellen bepalingen, ten behoeve van particuliere apothekers en geneeskundigen wordt aangevoerd (1).

(4) De bepaling in de eerste alinea van dit artikel en het verbod om ten anker te komen zijn mede niet toepasselijk in Straat Bali en Straat Lombok en gelden niet in gevallen van zeeramp of nood ter beoordeeling van het hoofd van gewestelijk of plaatselijk bestuur.

. (1) De derde alinea wordt aldus gelezen ingevolge artikel 1 der ordon. nantie van 17 Juni 1915 (Staatsblad no. 412).

215

Sluiten