Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

218

van toepassing op dienaren van het gouvernement, van ambtswege • handelende.

Artikel 18.

(1) a. Overtreding van de tweede alinea van artikel 3 of van de alinea's 5 en 6 van artikel 9a en overtreding van of handelingen in strijd met de voorwaarden, bedoeld sub a, c, d en e van alinea 4 van laatstgenoemd artikel, worden gestraft:

Voor Europeanen en met dezen gelijkgestelden met eene geldboete van één honderd gulden of gevangenisstraf van drie tot acht dagen en voor Inlanders en met dezen gelijkgestelden met ten arbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van één maanS tot drie maanden;

6. Overtreding van artikel 4 wordt gestraft met eene geldboete van vijf en twintig gulden voor elk verzuim;

c. Overtreding van de derde alinea van artikel 5 wordt gestraft met eene boete van tien tot honderd gulden en zulks boven en behalve de straffen op het houden van verboden pandhuizen gesteld;

d. Overtreding van de eerste, tweede, vierde of vijfde alinea van artikel 5 wordt gestraft met eene boete van tien tot honderd gulden;

e. Overtreding van artikel 11, van het tweede lid van artikel 12 en van het eerste lid van artikel 14 wordt gestraft met eene geldboete van één duizend tot tien duizend gulden en verbeurte van het opium, welks aanwezigheid de overtreding deed begaan of hetwelk niet binnen den voorgeschreven termijn vervoerd is;

f. Alle overige overtredingen der bij deze ordonnantie gemaakte bepalingen worden gestraft, behalve met gevangenis, de eerste maal voor den tijd van één maand tot drie jaren, en bij herhaling voor den tijd van drie maanden tot vijf jaren:

indien de hoeveelheid opium, waarmede de overtreding is gepleegd, niet meer bedraagt dan honderd kati's, met een boete van één duizend tot tien duizend gulden;

indien evenbedoelde hoeveelheid meer dan honderd kati's bedraagt, met eene boete van één duizend tot tien duizend gulden voor de eerste honderd kati's en van honderd gulden voor elke kati meer (*).

(2) De gevangenisstraf sub / der vorige alinea bedoeld, wordt met opzicht tot Inlanders en met hen gelijkgestelde personen vervangen door dwangarbeid buiten den ketting voor gelijken duur.

(1) De eerste alinea wordt aldus gelezen ingevolge artikel 1 dor ordonnantie van 17 Juni 1915 (Staatsblad no. 412).

Sluiten