Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

220

aan de publieke werken voor den kost zonder loon van drie maanden.

(7) Veroordeelingen, uitgesproken krachtens h e t buiten werking gesteld reglement voor de pacht van het recht tot de bereiding en tot den verkoop van opium in het klein in de afdeelingen Boeleleng en Djëmbrana (eiland Bali), gehecht aan de ordonnantie van 5 September 1883 (Staatsblad II? 216), komen mede in aanmerking bij de beoordeeling of voor de eerste maal dan wel bij herhaling overtreding is gepleegd.

(8) Een verloop van meer dan tien jaren tusschen twee overtredingen ontneemt aan de eerste haar invloed op de mate van strafbaarheid der volgende overtreding.

Artikel 19.

Allen, die tot het verkoopen of vervoeren van onwettig opium of tot het op eenigerlei andere wijze overtreden der bepalingen dezer ordonnantie hebben last gegeven, daarbij belanghebbenden zijn, of die handelingen op eenige wijze, hoe ook genaamd, desbewust hebben bevorderd, worden gestraft met dezelfde straffen, als in artikel 18 tegen den overtreder zijn bedreigd.

Artikel 20.

Ieder, die met het doel om een ander bloot te stellen aan een der straffen, welke bij deze ordonnantie zijn bepaald, onder diens goederen, in diens woning of op diens erf opium, overblijfselen van gerookt opium, eenige der andere in artikel 1 omschreven zaken, of gereedschappen als bedoeld in § ƒ der eerste alinea van artikel 6, verbergt of nederlegt, of wel doet verbergen of nederleggen, wordt ge-, straft, indien hij een Europeaan of met dezen gelijkgestelde is, overeenkomstig artikel 326 van het thans nog vigeerend wetboek van strafrecht voor Europeanen, en indien hij een Inlander of met dezen gelijkgestelde is, overeenkomstig artikel 328 van het wetboek van strafrecht voor Inlanders.

Artikel 21.

(1) Dadelijk na aanhaling van opium — daaronder begrepen de zaken, bedoeld in de tweede alinea van artikel 1 — wordt dit, ook indien de eigenaren niet bekend zijn of uit anderen hoofde geen straf-

Sluiten