Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervolging wegens overtreding kan worden ingesteld, onder het ambtszegel van het Hoofd van plaatselijk bestuur en met een afschrift van het proces-verbaal van de aanhaling, waarin de gronden zijn te vermelden, waarop vermeend wordt dat het opium al of niet is gekocht van de Regie in Nederlandsch-Indië, waar deze wijze van exploitatie van het opiummiddel reeds is of nader zal zijn ingevoerd, toegezonden aan den Directeur van de fabriek der Opiumregie. Deze of de Scheikundige bij die fabriek zendt het aangehaalde, tenzij reeds is uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, verzegeld terug aan het Hoofd van plaatselijk bestuur, met eene verklaring, afgegeven op den eed (belofte) bij den aanvang zijner bediening gedaan, inhoudende dat het aangehaalde door hem onderzocht is op de bestanddeelen van opium, of die bestanddeelen al dan niet door hem zijn aangetroffen, en in het bevestigdend geval of, blijkens zijn'onderzoek, ook naar de aanwezigheid der kenmerken, welke aan het opium der Regie in bovenbedoeld gebied niet kunnen ontbreken, het onderzocht opium al dan niet, dan wel slechts ten deele, van de Regie in dat gebied afkomstig kan zijn, en met welke hoeveelheid ruw opium van goede hoedanigheid het door hem wordt gelijkgesteld. Is reeds uitgemaakt, dat geen strafvervolging kan worden ingesteld, dan bepaalt de Directeur van de fabriek der Opiumregie of de Scheikundige bij die fabriek zich tot de opzending van zijne verklaring (1).

(2) De verklaring, in de vorige alinea bedoeld, wordt bij de gedingstukken gevoegd.

(3) Het geldswaardig bedrag van het aangehaalde, de kati ruw opium berekend tegen twintig gulden, wordt uit 's lands kas uitgekeerd en verdeeld op de wijze als bij artikel 22 is voorgeschreven. Deze uitkeering blijft achterwege, indien de uit te keeren gelden minder zouden bedragen dan één gulden.

(4) Al wat op grond van deze bepalingen wordt verbeurd verklaard, met uitzondering van waardelooze gereedschappen en verpakkingsmiddelen, welke dadelijk vernietigd worden, wordt onder het ambtszegel van het hoofd van plaatselijk bestuur opgezonden naar de fabriek der opiumregie, en daar, voor zoover het voor 's lands dienst bruikbaar wordt bevonden, ingenomen bij de boeken en overigens vernietigd. Op gelijke wijze wordt gehandeld met opium en gereedschappen, waarvan de eigenaren niet bekend zijn of ten opzich-

(1) De le alinea van dit artikel wordt aldus gelezen ingevolge artikel .4 sub le a der ordonnantie van 4 Februari 1913 (Staatsblad no. 218).

Sluiten