Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6

Generatie Hl. bb. Tot recht begrip van een en ander stippen wij hieraan, dat het opzicht over de bijzondere kerspels en over de daarin gelegen dorpen in Westelijk Staats-Vlaanderen was toevertrouwd aan zoogenaamde „Hoofdmannen" die door „Het College 's Lands van den Vrije te Sluis" werden aangesteld.

Deze Hoofdmannen voerden in hun kerspels en dorpen de burgerlijke regeering en droegen met name zorg voor de handhaving van orde en rust; zij hoorden de klachten aan, welke door de ingezetenen vóór hen werden gebracht, en legden, zoo mogelijk, de onderlinge geschillen van deze laatsten bij.

De gerechtsdienaars of „Schutters" stonden hun daarbij ten dienste.

Zelfs oefenden de Hoofdmannen nog een soort lijfstraffelijke rechtspraak uit.

Lastige dronkaards, dienstboden die tegen hun meesters of meesteressen opstonden en dergelijke overtreders der goede orde deden zij in den zoogenaamden „blok" sluiten.

Deze „blok" was een hoogst ongeriefelijke zitplaats, waarbij de beenen der delinquenten door gaten in een plank werden gestoken en daaraan bevestigd; de schuldigen werden aldus ten aanschouwe hunner mede-ingezetenen voor korteren of langeren tijd ten toon gesteld.

De Hoofdman beschikte derhalve in zijne omgeving over geen geringe mate van macht, en vereenigde in zijn persoon verschillende bevoegdheden van een burgemeester, een vrederechter, en een schout.

Ook de waardigheid van „Schepen in het Collegie van Middelburg" (Vlaanderen) vereischt eenige toelichting.

Immers schijnt het zonderling, dat een inwoner en magistraat van de Republiek der Vereenigde Nederlanden een ambt kon bekleeden in een vreemd land, de Oostenrijksche Nederlanden.

Het Graafschap (niet de stad) Middelburg lag namelijk ten deele op Oostenrijkschen, ten deele op Staatschen bodem en omvatte op laatstgenoemd gebied een deel van St. Kruis, Hulle en Eede.

Sluiten