Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33

Generatie VI. a. vrienden; weliswaar opvliegend, doch snel vergevensgezind, ging zijn goede aanleg onder, door een zwak karakter, eene gebrekkige opvoeding en, niet het minst, door de beschikking over een ruime beurs.

Naar het uiterlijk een echte TAK: kort en breed van bouw, later corpulent; donker haar met lichtblauwe oogën.

"Hij zou jurist worden, ging naar Leiden; keerde de alma mater evenwel den rug toe na drie jaren „student"-zijn.

De liefde voor jacht, paarden, honden was grooter dan die voor het Romeinsch Recht.

Dan maar heereboer!

Vader SERVAAS plaatste hem op zijne 143 H.A. groote hofstede „Steenhove" in den Soelekerkepolder, onder Wissenkerke (Noord-Beveland).

Met een kastelein onder en vaders raad en leiding boven zich, ging het „boeren" aanvankelijk vrij goed. Al boerende, behield PlETER ROETERT intusschen zekere eigenaardigheden, o. a. dat hij gaarne de aandacht trok.

Had hij b.v. runderen gekocht, dan liet hij die niet, gelijk ieder ander, per veerboot te Wolphaartsdijk of Veere overzetten; liever stapte hij zelf in een roeiboot, bond de dieren „kop aan staart", en liet ze zoo achter zich aan naar Noord-Beveland zwemmen.

Langs de smalle dijken van het eiland rende hij met een vurig tweespan op eene wijze, welke mensch en dier verschrikt op zij deed stuiven. Dergelijke staaltjes typeeren hem: wreed was hij allerminst, wèl echter speelsch-ruw en bovenal ostentatief.

Toen in 1877 voor den landbouw de magere jaren aanbraken, liep het met het boeren weldra spaak. „Steenhove" werd verpacht, en diens vroegere bewoner ging rentenieren.

Van nu af leidde zijn weg steeds berg-af, en angstig snel slonk het ouderlijk erfdeel.

Na weinige wilde, veel bewogen jaren stierf de eens zoo krachtige man op 47-jarigen leeftijd, naar geest en lichaam gesloopt, gescheiden van zijn gezin, door ieder verlaten.

Den ioen Januari 1866 was hij te Scherpenisse gehuwd met

Sluiten