Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

Generatie VI. In weerwil van veel uitgaan, onvermoeid plakken en weinig studeeren, toonde hij toch als student steeds die rustige bezonnenheid, dat meesterschap over zich zelf, welke hem in zijn verder leven tot leider van velen zouden vormen.

In 1877 verliet TAK Leiden om zich in zijn vaderstad aan de journalistiek te wijden. Hij kreeg de rubriek „Buitenland" der Middelburgsche Courant voor zijn rekening, stond daarbij tegenover zijn gepromoveerde vrienden in een eenigszins scheeve positie. De besten onder hen leerden intusschen weldra hun gelijke, straks hun meerdere in hem zien.

In 1883 trad hij in de redactie van het nieuw opgerichte dagblad, later weekblad, „De (Groene) Amsterdammer" onder de Koo.

De oprichting van „de Nieuwe Gids" (Juni 1886) was een letterkundige gebeurtenis, welke een vooruitstrevenden geest als Tak sterk moest aantrekken.

Hij leverde in dat tijdschrift eene serie tweemaandelijksche opstellen onder den schuilnaam van de Klei, welke hem als een even krachtig als keurig stylist deden kennen. Zijn laatste artikel verscheen in October 1893.

In datzelfde jaar nam Tak de Amsterdamsche raadsverslagen voor „de Telegraaf" op zich. Zijne pittige en sarcastische beschouwingen over de politiek der hoofdstad maakten dit blad destijds zeer aantrekkelijk en vormden den schrijver tot een meesterlijk verslaggever en grondig kenner der gemeentehuishouding.

Zijn hoogtepunt bereikte tak als leider van het weekblad „De Kroniek," dat hij in 1894 met eenige jonge schrijvers en kunstenaars oprichtte. Met onverwoestelijk idealisme werd een stormloop ondernomen tegen het zelfgenoegzame en laag-bij-dengrondsche in kunst, maatschappij en politiek, zulks zonder omzien naar.... den abonné.

Hier toonde Tak wie hij was, hoofd en leider, de immer zich gelijk blijvende schrijver van Hollandsch-leuke, bedaardscherpe artikelen.

Sluiten