Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

hebben te voegen. Niet alzoo: o de zonde is er nu eenmaal, dies doe nu maar al wat de ziel welgevallig is; maar aldus: in een samenleving van zondige menschen dient nu eenmaal orde en tucht te worden gehandhaafd, en dat desnoods met geweld, tot tijd en wijle /dat die mensch niet meer zondig en bandeloos is. Zoolang mensch en wereld nog onder den invloed en de gevolgen der zonde leven, hebben we daarmede rekening te houden. Men kan nu eenmaal niet toelaten dat zoolang er nog inbrekers rondsluipen, deuren en ramen 's nachts wijd open staan. Daarenboven hebben wij de stoffelijke en geestelijke goederen, welke God ons nog wil verleenen, om Gods en om des rechts wil zoozeer op pr|s te stellen, dat we gehouden en verplicht zijn deze te verdedigen, en ons die niet te laten ontvreemden zonder geducht verweer. Hier heeft niet alleen een z.g.n. gevoelsliefde maar ook en niet minder het redelijk recht te beslissen. De dienstweigeraar verbreekt dit verband en evenwicht tusschen liefde en recht, en is daarom feitelijk in dienst van het onrecjj en van de onliefde, voorzoover het aangaat de behartiging van de belangen des naasten van die maatschappij, waarvan hij zelf een deel is.

Wie den „dienst" weigert behoorde ook te weigeren het „loon", d.w.z. de voorrechten en genietingen die het leven in een georganiseerde maatschappij 'én staat schenkt De rechten en vrijheden, de voordeden en zegeningen die op maatschappelijk en staatkundig gebied ook den „dienstweigeraar" ten deel vallen, worden in den regel niet door hem geweigerd, dan is het onredelijk, om, als die vrijheden en rechten worden JÜelaagd en aangetaste weigeren ze te verdedigen. Ja maar, zal de dienstweigeraar antwoorden, ik wil ze wel helpen verdedigen en bewaren, mits maar niet met het „zwaard". — Hier is gemis aan inzicht van wat „recht" is aan het woord. Recht kan en mag niet wijken, dat zou „zelfmoord" zijn. — Dan zou ten slotte uw tegenstander maar het zwaard hebben te trekken, en . . < ge hadt toe te geven, dat zou wel spoedig uitjoopen op ëeh totale ruïneering van de maatschappij, en van de vernietiging van uw volksbestaan. Een staatsleven erkennen en in elk geval „beleven", om dan inmiddels toch den „dienst" te weigeren is inconsequerit.Tn het eerste geval erkent men wat in het tweede geval ontkend wordt.

Dikwijls wordt inmiddels gewezen op de zelfopoffering van den dienstweigeraar, hij geeft zich geheel voor zijn overtuiging, hij trotseert alle straf, voelt zich een martelaar, en betoont een zeld-. zamen ernst van overtuiging. Dit alles behoeven we allerminst te bespotten. Men eerbiedige dit zooveel en zoover als het maar kan. Men ontleene er echter geen krachjt van bewijs aan, noch voor de redelijkheid, noch voor de zedelijkheid van zijn leer en optreden. Waarvoor heeft de mensch in gevoelsdronkenheid, of in misverstand en verbijstering, in hallucinatie en opwinding

Sluiten