Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER PRAE-HISTORISCHE VOLKEREN.

3

Fig. 3. Keltische steenen, Menhirs, bi] Carnac in Frankrijk. (Naar foto).

Tumulus. Deze vorm geldt als oudste voor graven over de geheele aarde bij alle volkeren. Over het lijk of Fig. 8. a, b, de urn werd aarde aangebracht. Tot in den tijd der Romeinen weiden ze nog vervaardigd, want in Wales c en d. vond men bij opening Romeinsche munten en vaatwerk erin. Hoe meet Noordelijk, hoe langer de gewoonte om in tumuli de dooden te begraven bleef gehandhaafd. De jongste dateeren uit de 2e eeuw n. Chr. Tumuli bereiken dikwijls een aanzienlijke hoogte en bevatten steenen vertrekken, rechthoekig of halfrond beëindigd. Zelfs zijn er graf vertrekken, die reeds ingedeeld zijn door tegen de wanden geplaatste steenblokken. De in tumuli gebruikte steenen zijn meestal ruw, langwerpig, vierzijdig prisma- vormig. ')

Galgal, Keltisch woord voor hoop kleine steenen. Deze komen overeen met tumuli, verschillen alleen in materiaal.

Menhirs zijn lange steenen, die meestal afzonderlijk staan en dienden als grensaanduiding, of misschien als herinnering aan personen of feiten werden opgericht; ook op de plaats waar een gevallen krijger was begraven, werden ze aangebracht, soms meer dan een. Gemiddeld is de hoogte

5 3—6 M., doch ook van 15 tot 20 M. komen ze voor; de grootste in

• Bretagne meet zelfs 22 M., doch is in vier stukken gebroken. De menhirs s staan vertikaal, meestal met het dunne einde in den grond; tweederde ! van de lengte steekt boven den grond uit. Ze worden aangetroffen

j o. a. bij Carnac in Frankrijk (2000 stuks, gerangschikt in elf rijen) en Fig. 3.

• gelijken op ruwe obelisken. Vele zijn vernield in de eerste jaren van

• het Christendom; andere echter in verdraagzamer tijden van een inge-

• hakt kruis voorzien.

g;a as w

'nip. i v-V '■'

Mm

AVAYaVj!

Fig. 4. Ornamenten uit het nieuwe steentijdperk: geometrische motieven.

') De kunstmatige heuvels in Friesland, die terpen worden genoemd, zijn geen tumuli, doch eenvoudig verhoogingen tegen overstrooming. Ze zijn eveneens üït den tijd, lang voor de Romeinen hier kwamen; Friesland bezat er eens meer dan 400, doch vele zijn afgegraven, niet om de belangrijke vondsten van vaatwerk en sieraden, maar ter wille van de vruchtbare aarde. De hoogste terp in het Noorden van Friesland is die van Hooge-Beintum, waarop een, nu verzakkend oud kerkje is gebouwd, en die gedeeltelijk is afgegraven. De hoogte bedraagt ongeveer 11 '/j M., de doorsnede is 290 M. van Oost naar West en het oppervlak bedraagt 9'/2 H.A.

Sluiten