Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER PRAE-HISTORISCHE VOLKEREN.

7

Fig. 7.

a, b en c. Huisurnen uit den ouden bronstijd. d (Naar Lisch, Lissauer

wallen en grachten. Dergelijke paalwoningdorpen lagen b.v. de overige woonhuizen is natuurlijk niets bewaard gebleven

Fig. 8.

a. Tumulus van Silbury. d. Tumulus van Jersey.

b. Doorsnede van een tu- e. Uit de tumulus van mulus van Oreades. New-Grange.

C. Tumulus van Pornic. (Naar Gailhabaud).

en e. Huisurnen uit den nieuwen bronstijd.

en Becker).

in de Povlakte en worden terramare genoemd. Van

doch de talrijke, z.g. huisurnen, gevonden in Noord-Duitschland en Midden-Italië, geven een vrij juist beeld van den vorm. De huizen hadden Fig. 7. één vertrek en bestonden b.v. uit een cirkelvormig gat in den grond, waarboven een kegelvormig dak; in het midden was een open vuurhaard, waarvan de rook zich door het open dak een uitweg zocht. Hoog boven den grond lag de ingang.

Ook cylindervormige huizen met een afgerond dak en lager liggende deur, rechthoekige woningen met stroodak zonder nok, en ten slotte rechthoekige woningen met sparredak, nok en zelfs een soort gootlijst komen voor. Deze vormen worden juist weergegeven door de huisurnen, die de asch van de verbrande dooden bevatten en begraven werden.

5. In de 7e eeuw kwam het ijzer naar Midden-Europa en is de laatste trap van de ontwikkeling in het voor-historische tijdperk bereikt. Het ijzer was geen vinding van de bewoners zelve, doch werd langs handelswegen uit Z.-O. Europa en Azië ingevoerd.

Het ijzertijdperk wordt ook weer onderscheiden in een oudere en jongere

periode, n.1. de Hallstatt periode en de LaTène periode, respectievelijk durend van 700—400 en 400 v. Chr.tot 100 n. Chr.

Sluiten