Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

DE EGYPTISCHE BOUWKUNST.

De pyramide rust op een verhoogd steenen terras en was omgeven door een lagen afsluitmuur, waarbinnen nog, rustend tegen de pyramide, een graftempel was aangebracht aan de Oostzijde. De bekleeding was van Fig. 26. kostbaarder en ook duurzamer materiaal, waarop de tijd geen invloed heeft gehad. Dat de bekleeding, die niet door het klimaat geleden heeft, niettemin bij deze groote pyramide bijna geheel is verdwenen, komt, omdat de Fig. 24. bekleeding door de schatten zoekende vreemde volken na 510 v. Chr. werd verwijderd om de opening of toegang tot het inwendige te kunnen ontdekken. Ook de alles verwoestende heerschappij van Turken en Arabieren droeg er toe bij, dat slechts van een klein, onder den beganen grond gelegen deel, de bekleedingsblokken zijn bewaard gebleven.

De granieten bekleedingsblokken werden gepolijst en met zwaluwstaartvorniige doken verbonden. De daardoor Fig. 22. 1. ontoegankelijke helling werd boven het eerst voltooid. Waren de oudste pyramiden inwendig van baksteen en bestond alleen bekleeding uit natuursteen, de pyramide van Cheops was geheel van natuursteen, die bewerkt en gehakt werd met boren en koperen zagen, met corundum of diamanten punten. Waarschijnlijk werd ook amarilpoeder gebezigd.

Aan de Noordzijde lag een veertiental meters boven den grond de ingang zorgvuldig verborgen. De afdekkende granietblokken waren zoo goed gepolijst, dat de voegen nauwelijks te zien waren. Door den ingang komt men in een lange gang, naar beneden loopend onder een hellinghoek van* + 26°. De toegang is afgesloten door een steenen deur, die draait op een tap. Op dezelfde wijze waren alle zijgangen meermalen door beweegbare steenen deuren versperd.

De hellende gang kwam, juist .in de as van de pyramide, uit op een diep onder den bodem aangebrachte, onderaardsche grafkamer. Ook bij de andere pyramiden is deze grafkamer meestal nog onder het aardoppervlak, hoewel de inwendige verdeeling van de pyramiden altijd verschillend is, daar er niet volgens een bepaald indeelingsstelsel werd te werk gegaan. ögkiS

Even voor de hellende gang het grondvlak van de pyramide bereikt, gaat er een zijgang naar boven, die, aanvankelijk smal, zich plotseling verbreedt tot een ruime, 47 M. lange en 8.5 M. hooge gang; de zolderhier van is verkregen door overkraging. Juist aan 't begin van deze ruime gang loopt een horizontale gang naar de z.g. grafkamer van de koningin. De breede gang zelf eindigt in de koningskamer, een vertrek van 5.32 M. lengte, 5.94 M. breedte en 10.64 M. hoogte, die men ook weer door een horizontale gang bereikt. Een paar kanalen, loopend naar boven in de richting Noord en Zuid, voorzien op eenvoudige wijze in de luchtverversching. Een laatste gang ten slotte, schuin naar de benedenste gang loopend, is door roofzuchtige Arabieren uitgebroken. Behalve de groote gang, zijn de overige laag en smal en slechts in gebukte houding door te komen.

Het bovenste koningsgraf bestaat uit zuiver geslepen en gevoegde granietblokken. Om het te ontlasten van den druk der enorme er boven liggende massa, zijn er 5 boven elkaar liggende ontlastingsruimten aangebracht, Fig. 28. 2. die gescheiden zijn door granietplaten, elk 5'/2 M. lang, en met een onderlingen afstand van + 1 M. De bovenste granietplaten staan schuin, zadeldakvormig tegen elkaar en voeren den druk zijwaarts af. Bij het omhoog brengen van deze reuzenblokken moet over krachtige hulpwerktuigen en steigerwerken zijn beschikt. Alle grafkamers zijn verbonden door uiterst vernuftig bedachte valsteenconstructies, daar met pijnlijke nauwkeurigheid werd Fig. 28. 1. getracht de toegangen zorgvuldig geheim te houden.

De pyramide van Chephven (Chaf-ra) is iets minder hoog, n.1. 138.5 M. Ze was bekleed met rozerood graniet in verschillende nuancen, terwijl de pyramide van Mykerinos (Men-kau-ra) de zorgvuldigst bewerkte Is van de Fig. 23. drie, maar ook de kleinste, n.1. 66.4 M. hoog. Hierin werd nog de prachtige sarcophaag gevonden van blauwzwart basalt, die bij de overbrenging naar Engeland in zee is verzonken.

En eindelijk zij hier nog vermeld, dat de ontlastingsblokken van de pyramide Van Abasir, eveneens schuin boven Fig. 22. 6. elkaar geplaatst maar zonder tusschenruimten, van enorme afmeting waren. Een der steenen meet ongeveer 11 bij 3.5 M.

De groote sphinx, de wachter van de necropool bij Gizeh, de angstinboezemende man- Fig. 27. leeuw, is het symbool van den zonnegod Re (Ra, Harmachis) en ligt, starend naar het

Sluiten