Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

DE EGYPTISCHE BOUWKUNST.

Fig. 28.

1. Valsteen constructie uit de middenste pyramide van

Daschur. (Naar Perrot en Chipiez).

2. Dwarsdoorsnede over de ontlastingsruimten van de pyramide van Cheops. (Naar Perring).

3. Plattegrond van den graftempel van Gizeh.

(Naar Mariette).

4. Graftempel van Gizeh, gezien van boven.

(Naar Bonnis).

5. Plattegrond van een rotsgraf te Beni-Hassan.

6. Achtzijdige Egyptische pijler uit een rotsgraf te Beni-Hassan. (Naar Perrot en Chipiez).

7. Mummie van een Egyptischen pharao.

zijn dan de oudste pyramiden. De eerste veronderstelling is echter vermoedelijk de juiste.

Het lichaam is 40 M. lang, de hoogte, van den hoek der voorpooten, 20.4 M., de kop alleen is 4 M. hoog. Het geheele monument is uit de levende rots gehouwen en de gaten zijn gedicht met metselwerk, terwijl de pooten later zijn toegevoegd.

De Grieken noemden een leeuwenlichaam met vrouwenkop sphinx. Ook de Egyptenaren gaven de sphinx inplaats van een priesterkop, ook wel een vogel- of manskop; terwijl een sphinx ook gevleugeld kan zijn. In Egypte komen echter de sphinxen met vrouwenkop alleen in reliëf of geschilderd voor, en verbeelden dan godinnen of koninginnen.

Sphinxen met mannenkoppen, Androsphinxen, gelijken gewoonlijk op den pharao,-die ze liet vervaardigen.

De Androsphinxen dragen de gewone gevouwen doek als hoofdbedekking, echter versierd met een Ureusslang (koninklijke waardigheid), waarboven nog de geheele Egyptische koningskroon (symbool van heerschappij over Boven- en Beneden-Egypte) werd geplaatst. De over de schouders afhangende gevouwen hoofddoek bedekte op gelukkige wijze den moeilijken overgang van hals naar dierschouders. In basreliëf komen sphinxen voor, wier geheele voorlichaam menschelijk is, met armen, en een offerschaal dragend.

Sluiten