Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ü DE EGYPTISCHE BOUWKUNST. 29

Fig. 30. Plattegrond en lengte-doorsnede van den Chons-tempel te Karnak.

zes of soms meer in getal, zijn in rijen aangebracht, zoodat drie beuken ontstaan, waarvan de middelste op de nis uitloopt. Ze dragen de zoldering, die licht gebogen is, volgens een segment; doch eerst rust op de pijlers nog een, eveneens in de rots uitgehouwen architraaf, een rechte balk. Daar de pijlers nog een voetplaat en een dekplaat krijgen, zien we hier voor het eerst den logischen zuilenbouw zich ontwikkelen. 3. De rotsgraven vanBeni-Hassan, ± 2000 v. Chr., hebben een van voren open hal als

ingang. De architraaf wordt door twee vrijstaande pijlers gesteund, die op een lage ronde Fig. 29. 2. schijf als voetplaat rusten en acht- of zestienkantig zijn, naar boven reeds een weinig verjongd. De afgeschuinde vlakken van de pijlers werden soms gecanneleerd, d. w. z. naar binnen licht gebogen; alleen het binnenste vlak, dat naar den tegenoverstaanden pijler gericht was, bleef als platte band staan en diende voor hieroglyphen opschrift. Daar ook een vierkante onversierde

Sluiten