Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 DE EGYPTISCHE BOUWKUNST.

Fig. 54. 9.

Fig. 36.

1. Protodorische zuilen in den Ammontempel te 4 en 6. Lotusbladen

Karnak. (Naar Plüschow).

2. Egyptisch gekleurd glaswerk, + 1500 v. Chr.

(Londen, Britsch Museum).

3. Gezicht in de groote zuilenzaal in den tempel te Karnak. (Naar foto).

5. Constructie van figuur 3. (Naar Chipiez). !

7. Scarabeeën in verschillende stylatie.

8. OsirispijleruitMedinetAboe. (Naar Perrot en Chipiez). •

9. Pchent, volledige koningskroon, vereenigd Egypte. !

Fig. 37. Gevel van den tempel te Edfu.

de zuilen onderling. Gedurende alle tijdperken van ontwikkeling van de Egyptische zuil blijft deze even zwaar, en de opening tusschen de zuilen is dikwijls niet grooter dan de zuilmiddellijn. De zuilen bestaan uit korte, op elkaar geplaatste cylinders, trommels Fig. 36. 1. genaamd, en zijn dus niet monolith zooals de Egyptische pijlers; zelfs worden groote en zware zuilen op- Fig. 36. 3. gebouwd als de muren, dus in horizontaal en vertikaal

voegverband. De rijk gekleurde en vergulde en met hieroglyphen beschilderde zuilen vormen in hun groot aantal het ^•••••■••••••••••■■•••••••••••••••••••••••^^ •

eigenlijke decoratie- : ve zwaartepunt van • de overigens sobere : tempels, zoodat de j zuilenzaal verreweg • het fraaist versierde | gedeelte vormt.

Het basement • wordt gevormd door : een lage, ronde schijf, : met recht, schuin of • naar buiten uitgebo- : gen profiel; de mid- : dellijn ervan is steeds j,

Fig. 38. Tempel te Dakke.

Sluiten