Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE EGYPTISCHE BOUWKUNST.

39

varieert tusschen de 5 en 8 M., bij een doorsnede van ongeveer 1 'j2 M. Maar ook hooge zuilen komen voor van 15—17 M.( met een doorsnede van 4 M. 3. Het kapiteel. Zijn basement en schacht weinig aan verandering onderhevig, des te meer variatie bestaat er in de kapiteelvormen, die steeds rijk zijn versierd en gedetailleerd, en niet zijn te rangschikken in bepaalde orden. De hoogte van het kapiteel is steeds geheel onafhankelijk van de hoogte van de zuilschacht en varieert tusschen de 1 en 4 M. Voornamelijk zijn twee hoofdvormen te onderscheiden, n.1. de gesloten en de geopende lotuskelk. Open zoowel als gesloten lotuskapiteelen vertoonen steeds de karakteristieke lijnen in langsrichting,

Fig. 45. Dactylvormig kapiteel uit Esne.

Fig. 42. Kapiteel van den doodentempel van

Sahu-re. (Naar Borchardt).

die kelk- en bloembladen aanduiden. Als voorbeeld hebben gediend de twee soorten lotus, n.1. Nymphaea Lotus en N. Caerulea. Behalve dan knop- en kelkvorm van den lotus zijn de volgende kapiteelen bekend: omgekeerde lotuskelk, papyruskapiteel, palmkapiteel, leliekapiteel en waterbladkapiteel, terwijl uit den Laattijd nog het Hathorkapiteel afkomstig is.

ar. Het gesloten lotosknopkapiteel is het oudste, Fig. 34, 41. reeds voorkomend in de rotsgraven van Beni-Hassan. In vertikale richting zijn gleuven aangebracht, die overeenkomen met de 4, 8, 12 of 16 gleuven van de bundelschacht. Waar de halsband nu de bundelzuil omgeeft, ontstaan openingen, zoo, dat tusschen de

Sluiten