Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

DE EGYPTISCHE BOUWKUNST.

Fig. 51. Ramsesstatuen van den grooten rotstempel te Abu-Simbel. (Naar foto).

5. De muren, schuinoploopenden tot 1.25 M. dik, zijn uitwendig niet onderbroken; geen vensters of zuilen zijn van buiten af te zien. De kern alleen bestaat uit baksteen; de buitenvlakte van de muren is bepleisterd, en met gekleurde reliëfs versierd, waarbij in 't geheel niet gelet is op steenverband, zoodat een duurzame kern verborgen is achter een ondeugdelijke bedekking, waarvoor zelfs gips werd gebruikt. Toch geven al deze tafereelen, gekleurde reliëfs en hieroglyphen, afbeeldingen van goden en pharao's, die Fig. 37. de tempels als 't ware met bonte tapijten bekleeden, het geheel een feestelijk, maar ook ernstig geheimzinnig uiterlijk.

6. De groote tempel van Ammon-Re te Karnak werd nog tijdens het Middenrijk gesticht door Sesurtesen I en door bijna alle volgende dynastieën werd hij uitgebreid ; hij is verbonden door een sphinxenallee met dien van Luxor. Door deze voortdurende uitbreiding ontstond eigenlijk een complex van bouwwerken, die samen een oppervlak besloegen van 560 bij H00 M.

Zoo is b.v. de voorhof 170 M. breed en 90 M. diep. De Noordelijke buitenmuur is, als eenig bekende uitzondering op den regel, doorbroken voor een later bijgebouwd kleiner heiligdom, dat echter altijd nog 70 X 27 M. groot is.

Fig.36.3en5. Uit den voorhof komt men, door weer twee pylonen, in de grootste zuilenzaal ter wereld, 102 bij 51 M.groot, gebouwd door Seri I en zijn opvolgers uit de 15e en 14e eeuw; 134 zuilen dragen de steenen zoldering. Ze zijn 13 M. hoog met een omtrek van bijna 8|50 M., met uitzondering van de 12 middelste, die 3.57 M. middellijn hebben, met een omtrek van meer dan 10 M., terwijl bovendien het kapiteel nog 3 M. hoog is. Fig. 36. 1. Een der zuilengroepen van de tempelruïne vertoont nog 16-kantige zuilen, met vierkante dekplaat, z.g.

protodorische zuilen. In de groote zuilenzaal zijn gesloten knopkapiteelen toegepast, behalve die van de twaalf middenste, die open kelkkapiteelen dragen.

Door een derde en nog een vierde paar pylonen, gaat men voort door een doolhof van overdekte zalen, gangen, galerijen, zuilenhallen en kapellen, tot men eindelijk het heiligdom bereikt. Dit heiligdom, de cella, het hoofdmoment van de architectuur, is uitwendig niet meer terug te vinden, waardoor dus eigenlijk te kort wordt

Sluiten