Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

DE EGYPTISCHE BOUWKUNST.

liet meer uitvoerige detailleering toe. Zeer groote statuen, als b.v. de bovengenoemde Memmonszuilen, de Fig. 31.

Ramsesstatuen voor den rotstempel van Aboe-Simbel, de sphinx van Gizeh, vertoonen, niettegenstaande de groote Fig. 51.

schaal 'koninklijke majesteit en onbewogen verhevenheid. Daarentegen zijn portretten van koninginnen vol gratie en

liefelijk, en. innig fijngevoelig bewerkt. De ontegenzeggelijk gelijkende portretten moeten reeds tijdens het leven Fig^ 53, 55,

der individuen zijn vervaardigd, maar steeds wordt de gelijkenis geïdealiseerd. Het lichaam blijft echter in con-

ventioneelen stand, hoewel hiervan de verhoudingen steeds slanker worden, en de houdingen steeds natuurlijker.

Vooral ook op reliëfs is de houding conventioneel, kop in proflei, bovenlijf en face en beenen weer in profiel.

Alleen waar personen uit de lagere volksklasse worden voorgesteld, is de houding soms vrijer, b.v. bij slaven en

bedienden. Een paar danseressen van een gekleurd reliëf komen hierop voor in zeer naturalistische houding,

maar dergelijke afwijkingen blijven uitzondering. Wat de reliëfs betreft, deze steken soms even buiten den fond

uit, en hebben afgeronde hoeken; öf de omtrek is verdiept, zoodat het reliëf „en creux" is bewerkt. Juist door

dit'zeer vlak reliëf blijven de muren, overdekt met de meest verschillende voorstellingen, toch rustig.

2 In de wandschilderingen is perspectief niet bekend; ook hierin zijn de figuren "in conventioneelen stand. ' Figuren, die verder van het tafereel zijn verwijderd, worden niet kleiner, maar hooger geplaatst. Meerdere

menschen achter elkaar worden voorgesteld door verdubbeling of verveelvoudiging van den omtrek. Voorname personen zijn niet alleen op grooter schaal geteekend dan de overige figuren, maar dragen ook voornamer trekken. Fig. 55.

Uit het Nieuwe Rijk afkomstig zijn ook de beschilderde papyrusrollen; geschilderde tafereelen dienen ter illustratie van den text, die uit hieroglyphen bestaat. Toch blijft ook in deze kleinkunst naturalisme uitgesloten. De kleuren zijn ongebroken, zonder nuanceeringen. Bruin en geel dienen ter onderscheiding van de twee rassen Egyptenaren; het gele ras was het voornaamste. De meest voorkomende kleuren zijn: röod, licht- en donkerblauw, geel, zwart, donkergroen en wit, met hars als bindmiddel. Violet als tusschenkleur is uit den Laattijd afkomstig.

Zoo goed waren de harsverven, dat zelfs nu nog aan de buitenzijde van de tempelmuren, eeuwenlang blootgesteld aan weer en wind en zonlicht, duidelijk sporen van beschildering aanwezig zijn.

3 Het ornament is geometrisch, plantaardig, dierlijk, of bestaat uit voorwerpen of letters. Het geometrisch ' ornament bestaat vooral uit spiralen golflijnen, zigzaglijnen, sterren op blauwen fond (vooral voor plafonds) en

meanders. Papyrus, lotus, lelie, moerasplanten en dadelpalm zijn aan de flora ontleend. Het dierenrijk leverde; Ureusslang, vleugels (voor zonneschijven b.v.), gier, sperwer, kat, hond, leeuw en scarabeus (mestkever). Het paard, eerst door de Hyksos bekend, is het minst gelukkig uitgebeeld. Voorwerpen zijn: kruis met ring (sleutel), veeren, zegel, diadeem en letterornament.

Ten slotte zijn, over verschillende musea verdeeld, prachtige specimens bewaard gebleven van Egypüsche kunstnijverheid: gebakken kleiflguren, bronzen beelden, houtsnijwerk, gouden voorwerpen en ivoorsnijwerk.

Sluiten