Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

56 WEST-AZIË. DE BOUWKUNST DER BABYLONIËRS EN ASSYRIËRS, ••

: oorlogen: onderworpen : hoofdsteden werden gron-

• dig vernield, als wegge5 vaagd van de aarde door j brandstichting, getuigen

• de verkoolde balken.

• Gebakken en poreuze in : de zon gedroogde klei-

• steenen vormden bij ge; brek aan natuursteen het

.5 bouwmateriaal, waarvoor

• uitstekende klei voorradig

• was. Als bind- en dicht: middel werd asphalt ge-

........................•••••»••«••••••••••••••••••••"•• : bruikt, dat er overvloedig

Fig. 61. Plattegrond(van i^j^^^B^ Gudea te Tell°- j werd gevonden. Houtwas * „..........^.................^...••••••••••••••~~~»~ï betrekkelijk zeldzaam, zoo¬

dat ook met gebakken steen zuinig moest worden omgegaan.

De overdekking der vertrekken geschiedde door palmen- of cypressenhout, waarvan ook zuilen en pijlers werden gemaakt. Behalve asphalt werd ook in later tijd kalk gebruikt, terwijl voor meerder verband rieten matten en houten muurankers werden benut. De geringe draagkracht van het materiaal vereischte zware muren en terrassen en een uitgebreid grondplan. Voorts werden de muren nog versterkt door uitspringende steunbeeren of muurpijlers, die recht prismavormig of halfcylindervormig voorsprongen, en aan de muren een architectonische indeeling gaven.

Bovendien werd het buitenvlak der muren bekleed met gebakken en soms geëmailleerde baksteen tegels; of wel bestond de bekleeding uit kleine geëmailleerde steenen, aldus een Fig. 66. 6. mozaïk vormend. Dergelijke muren zijn gevonden te Tello, Warka en Mugheir. Evenwel zijn er ook voorbeelden bekend van zuivere baksteenbouw, zonder uit- of inwendige Fig. 61. bekleeding, b.v. het paleis van koning Gudea te Tello. Een verrijking van den vlakken gevel wordt hier verkregen door palissade-vormig aaneengesloten halfcylindervormige muurzuilen en trapvormig voorspringende muurpijlers. De vloeren waren met soms -zeer fraai geornamenteerde vloertegels belegd.

Behalve de bovenbesproken vlakke houten afdekking, zijn waarschijnlijk lange smalle vertrekken met tongewelven overdekt geweest.

Koepels hebben de Oud-Chaldeeërs niet gekend. Behalve houten zuilen zijn er te Tello de resten ontgraven van viervoudige, in een kwadraat geplaatste, onderling gekoppelde zuilen, Fig. 60. e. afkomstig uit den tijd van koning Gudea.

Sluiten