Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WEST-AZIË. DE BOUWKUNST DER BABYLONIËRS EN ASSYRIËRS.

57

2. Groote tempels zijn trappyramidevormig, op een rechthoekig of vierkant grondplan, rechthoekig in het Sumerische zuiden, vierkant in het Semitische Noorden. Op het bovenste platform, toegankelijk langs een zigzagvormige trap (rondom of alleen aan de voorzijde), stond het sanktuarium, misschien koepelvormig afgedekt. De torens dienden als sterretorens; van hier af, verheven boven de lager hangende nevelen, kon terwille van de astrologie, het uitspansel worden bestudeerd. 62. Dergelijke sterretorens worden Ziguratgenoemd. De toren stond op een groot, ommuurd, door een monumentale vestingpoort toegankelijk tempelterras, waarop nog verschillende andere gebouwen en altaren waren geplaatst.

Bij Mugheir is een groote, zeer oude trappyramide, de 4j 2200 v. Chr. gebouwde tempel van de stad Ur, ontgraven. Ze verrijst op een terras van 6'/2 M. hoog. Hierop staat de toren, drie verdiepingen hoog, ieder der verdiepingen rechthoekig. De eerste verdieping was 60 M. lang, 41 M. breed en 13 M. hoog. Van de tweede verdieping, 37 M. bij 23 M., kent men de hoogte niet. De muren, 3 M. dik, van baksteen, omringden een

kern van gedroogde kleisteenen. Asphalt was het bindmiddel.

De tempel van Baal te Baby Ion is eveneens een trappyramide, waarvan de basis 196 M. in het kwadraat meet. Met de 8 verdiepingen, waaruit ze eens bestond, en die ieder evenhoog waren, was de totaal bereikte hoogte grooter dan die van de Egyptische pyramiden. De tempel, nu de heuvel van Birs-Nimrud, was volgens de hoeken georiënteerd. Zie ook blz. 65.

Verder zijn tempelruïnen gevonden te Warka.te Senkereh (het oude Larsa), N.-W. van Ur op den linkerEuphraatoevèr, en te Abu Scharein, de Zuidelijkste Chaldeeuwsche stad Eridu, welke omringd was door zware vestingmuren. 3. De paleizen werden ook op terrassen opgetrokken, gebouwd om verschillendegrootepleinen, waarop de deuren van de omliggende vertrekken uitkomen, die niet volgens een as waren gerangschikt en dus ook niet symmetrisch lagen. De Oud-Babylonische paleizen waren zeker zoo mooi en uitgestrekt als de Egyptische; alleen het materiaal was minder duurzaam. Het paleis bestond uit drie hoofddeelen, n.1. serail (vorstelijke vertrekken), harem (vrouwen vertrekken) en khan (dienstvertrekken). De vertrekken zelf waren lang en smal, zonder zuilen of pijlers, en vermoedelijk slechts één verdieping hoog. Vensters waren er niet in aangebracht, doch het licht viel öf door openingen in het dak, öf door openingen boven aan de muren direct onder het dak.

Fig. 62. Chaldeeuwsche tempel op vierkant grondplan. (Naar Perrot en Chipiez).

Sluiten