Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

WEST-AZIË. DE BOUWKUNST DER BABYLONIËRS EN ASSYRIËRS.

De muren zijn gewoonlijk bekleed met geglazuurde terrakotta mozaïken. Over de geheele hoogte zijn de muren geleed door trapvormig inspringende nissen of door rijen aangesloten Fig. 66. 6. halve cylinders, herinnerend aan rijen palen van houtbouw. Bij een muur te Warka zijn deze halve cylinders telkens groepsgewijs ten getale van 7 toegepast. Fig. 61. Van het Chaldeeuwsch paleis van koning Gudea te Tello is de plattegrond ontgraven; het beslaat een oppervlak van 53 bij 31 M., en bevat een 36-tal om binnenplaatsen gerangschikte vertrekken, waarvan het grootste ongeveer 4 bij 12 M. is. De geheele bouw staat op een terras van 200 M. lengte en 12 M. hoogte.

Ook van Nebucadnezars paleis te Babyion, de heuvel El Kasr, is slechts het grondplan bewaard gebleven.^ terwijl te Abu-Habba, de ruïnen van de oude stad Sippara, ook nog een groot paleis is opgegraven met een langste zijde van 500 M.

4- Overigens zijn door de opgravingen, vooral te Tello, zeer vele voorwerpen en reliëfs te voorschijn gekomen; de reliëfs zijn vervaardigd uit hart diorit, uit kalksteen of van gebakken klei, en verraden groote technische vaardigheid. Een groot aantal steencylinders met ingediepte figuren, voorstellend den strijd tusschen goden en menschen en dierdemonen, en welke cylinders gebruikt werden als zegels, zijn fraaie voorbeelden voor klein reliëf. Geglazuurde muurfriezen, waarop prachtig gemodelleerde figuren van gedrochten en dieren, vertoonen een vrije en minder conventioneele styleering.

Het oudste ornament is uit diermotieven ontstaan, visschen, hertenen monsters; eerst veel later, in de 12* eeuw, werd plantornament toegepast, voornamelijk de rozet. Het meeste Oud-Chaldeeuwsche ornament is echter geometrisch: bandvlechtingen, stralenwiel (zonnesymbool), halve maan (maansymbool) en golflijnen voor water.

t. ASSYRIË. De Assyrische kunst is te beschouwen als een nabloei van de Chaldeeuwsche. De bouwkunst draagt een massief, reusachtig karakter; de versiering getuigt voor de prachtlievendheid van het krijgszuchtige volk en de figurale voorstellingen zijn dan ook een doorloopende verheerlijking van hofleven, oorlog en jacht. De voornaamste opgravingen werden gedaan te Kalach (nu Nimrud), Ninivé (Kujundschik) en Khorsabad. De opgegraven voorwerpen uit Ninivé worden in Londen, die uit Khorsabad in Parijs bewaard. In overeenstemming met den aard van het volk is het aantal overblijfselen van tempels gering; klaarblijkelijk werden voornamelijk paleizen gebouwd.

2 De tempel heeft den vorm van een trappyramide, en is georiënteerd niet volgens de zijden maar volgens de hoeken. Naast het paleis te Khorsabad is de ruïne van een tempel gevonden, waarvan nog 4 terrassen (van de 7, die er oorspronkelijk geweest moeten zijn) over zijn. Elke trede was 5—7 M. hoog, symboliseerde een planeeten droeg de kleur van deze. Op den top was een altaar of heiligdom geplaatst, dat tevens diende als observatiepost voor astrologen. De geheele toren heet in Assyrië Zigurat.

Van reliëfs kennen we ook kleine religieuse gebouwen met een zuilenhal er voor.

3. De paleizen bestonden, evenals de Babylonische, uit een complex van binnenpleinen op een groot terras als onderbouw. Om de pleinen zijn weer groepen rechthoekige vertrekken gerangschikt, samen groote onderafdeelingen vormend: serail, harem en khan. In ieder geval waren de paleizen grooter dan de Egyptische. Op de terrassen zijn vaak parken aangelegd (de in de oudheid reeds beroemde hangende tuinen van Semiramis, zie blz. 65).

Sluiten