Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60

WEST-AZIË. DE BOUWKUNST DER BABYLONIËRS EN ASSYRIËRS.

Het terras was 10 tot 12 M. hoog, omringd door een steenen borstwering en toegankelijk langs een monumentale dubbele trap aan de Fig- 64- Tvoorzijde en een hellend vlak langs de zijde, Fig. 64. O. waarlangs ruiters en voertuigen naar boven kwamen. De vertrekken waren zeer lang, tot 50 M. toe, doch grooter breedte dan 12'/2 M. is niet bekend, welke breedte in direct verband staat met de overdekking. Bovendien waren, tengevolge van de geringe draagkracht van het materiaal, de muren overmatig dik, wat aanleiding gaf tot de veronderstelling, dat de vertrekken over¬

welfd zijn geweest. De vlakke muren, ter dikte van 4 a 5 M. waren geleed door vertikale insnijdingen, waardoor als 't ware muurpilasters ontstonden. De bekleeding geschiedde door stuc of pleister, terracotta en door groote reliëfs op albastplaten van meer dan 3 M. lengte, en aan de muren bevestigd in lange rijen, waarbij niet op het voegverband werd gelet. De beFig. 62. kroning van de muren bestaat uit trapvormige kanteelen of (zeldzamer) een hollijst, gelijkend Fig. 60. c. op de Egyptische. Vermoedelijk was de overdekking van hout. Waar in de 8e eeuw v. Chr.

ijzeren werktuigen reeds algemeen in Assyrië gebruikelijk waren, kon ook meer natuursteen, uitgehakt in de bergen van het bovenstroomgebied, worden toegepast.

De toegang werd door een groote poort, geflankeerd door gevleugelde stieren met menschenkoppen gevormd; ze werd gesloten door groote bronzen deurvleugels. Overigens zijn de groote deuren steeds open; tot 4'/2 M. breed, worden ze hoogstens door gordijnen afgesloten.

Wat we van den opbouw ook nog weten door middel van de reliëfs is, dat de verlichting

Fig. 64. Plattegrond van het paleis van Sargon te Khorsabad.

Sluiten