Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 WEST-AZIË. DE BOUWKUNST DER BABYLONIËRS EN ASSYWËRS.

; 1. De Beeldhouwkunst staat geheel in ! dienst van de bouwkunst; tegenover de

• talrijke reliets, die uit- en inwendig ae

• muren geheel bedekken met daden en : leven van koningen, staan slechts zeer

• zelden statuën. De reliëfs bevatten voor-

• stellingen uit jacht en oorlog; de mensch- Fig. 70 | figuren, door overdreven musculatuur, zijn

• overigens naturalistischer en natuurge-

• trouwer weergegeven dan de Egyptische. : Ze vertoonen, behalve conventioneele | haar- en baarddracht, semietische gelaats-

• trekken. Hoe sterker gemusculeerd de : figuur, hoe ouder het reliëf.

ï Dwarsover de voorstellingen, inbreede Fig. 63. ; banen, loopt het spijkerschrift ter verkla-

• ring ervan en zonder eenige ornamentale S bedoeling.

• Vooral gelukkig zijn de dieren in hun Fig. 65. S woede of stervensnood uitgebeeld: ster-

S vende leeuwen, paarden, ezels, kameelen, J herten en honden, maar vooral ook het

• paard zijn meesterlijk van natuurobser{ vatie.

; Ook fantastische voorstellingen, b.v. ; goden met vleugels, gierkop en vogel! klauwen, gevleugelde leeuwen (Lamassi)

• en gevleugelde stieren (Sêdi) komen veel

• voor op reliëfs.

1 Een geheel bijzondere plaats nemen nog

••••• de soms 3 g0 M hooge portaalwachters. Fig. 69.

I Fig. 69. Portaalwachter van het Sargonpaleis te Khorsabad. ] gevleugelde stieren met een baardigen

• (Louvre, Parijs). • priesterkop, in. Het zijaanzicht is geheel

• in reliëf gehakt, met vier pooten zichtblaren een vrij uitstekend voorlichaam, dat, van voren gezien, twee pooten heeft. Er zijn dus drie voorpooten aangebracht, zoodat in driekwart gedraaiden stand 5 pooten in zicht komen.

Vervaardigd uit zacht wit albast of geelachtige kalksteen, zijn deze portaalwachters, die soms ook een leeuwenlichaam hebben, krachtig beschilderd. 2 Het ornament is vooral bekend van reliëfs, waaruit blijkt dat de techniek van het weven zeer gevorderd was, Mg. . ' terwijl het aardewerkornament geen groote rol speelt. De motieven zijn voornamelijk geometrisch, band- en vlechtwerken. De rozet heeft straalvormig gerangschikte bladeren, als het madeliefje; vooral in de trapvormige kanteelen, die de muren bekleeden. en bestaan uit 2 of 3 treden, worden ze aangebracht, terwijl onder de kan- F.g. 66. teelen een rozettenfries is aangebracht. Hoewel de rozet in Egypte al zeer vroeg we.d toegepast, komt ze »n de Assyrische kunst eerst in de 12« eeuw voor: ze is vrij aangebracht, of groeit aan een steel. Palmetten komen in het Chaldeeuwsch ornament niet voor en zijn dus waarschijnlijk van het Egyptisch ornament afgeleid; de

Sluiten