Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WEST-AZIË. DE BOUWKUNST DER PERZEN.

73

De hooge hollijst, die de portalen bekroont, is bekleed met drie rijen vertikale bladeren; de dekplaat is zeer breed. Deuren en vensters, alsmede de hoeken der muren, en voorsprongen als sokkels bestaan uit stukken kalksteen of marmer, gewoonlijk van zeer groote afmetingen. De muren zelf waren van baksteen of gedroogde kleitegels, soms zelfs van geperste kleimassa's, met tegels of steenplaten bekleed. Van de muren is dan ook, zoomin als van den bovenbouw en afdekking, niets staan gebleven. Uit de geringe dikte der zuilen, 1V2 M. bij den grooten onderlingen afstand van 10 M., volgt dat de afdekking van hout moet zijn geweest. Dit hout werd met dunne metaalplaten bekleed.

7. Reliëfs werken ook al mede tot verheerlijking van de koninklijke macht. Koningen of leeuwen erop Fig. 77. dooden of verscheuren eenhoorns. De reuzenstieren met menschen hoofden behooren ook tot de reliefkunst, die, in tegenstelling met vroeger, nu de figuren

Fig. 77. Perzisch reliëf. (Naar Texier).

Fig. 78. Perzisch eenhoornkapiteel.

geeft in werkelijk profiel. Dikwijls zijn de reliëfs prachtig geglazuurd. Bekend zijn een fraai leeuwenfries en het boogschuttersfries, door Dieulafoy te Suza gevonden. De kleuren van het glazuur zijn niet naturalistisch, doch werken buitengewoon mede om de werking van de strenge stylatie te versterken : wit, groen, blauw en geel. Het voegverband snijdt alle figuren zeer willekeurig.

8. De Perzische gewelven, eivormige koepels boven vierhoekige vertrekken, b.v. te Tars, Sarvistan, FirouzAbad, zijn uit de 3e eeuw na Chr., dus uit den tijd derSassaniden. Ze zijn de prototypen van de Byzantijnsche koepels. Deze gewelftechniek, die zich onder het rijk der Sassaniden (226—636) ontwikkelde in verbinding met Grieksche en Romeinsch Byzantijnsche elementen, ontwikkelde zich tijdens den Islam volledig.

Overigens bracht de Perzische kunst weinig nieuwe vormen; het ornament werd grootendeels ontleend aan dat van de onderworpen volkeren, doch werd vrijer toegepast.

Sluiten