Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WEST-AZIË. DE BOUWKUNST IN KLEIN-AZIË.

77

met zuilen en tympans, uitgehakt in de rots en zelfs met reliëfs en volutenzuiltjes versierd. In een der tympans bestaat de versiering uit een 5 bladige roos.

In plaats van tempels werden kapellen of tabernakels gebouwd, b.v. zooals er nog bij Amrith worden Fig, 79. 1. aangetroffen. Ze bestaan uit enkele groote rotsblokken op een uit de rots gehouwen 5 M. hoogen onderbouw: aan de voorzijde open, wordt de bekroning gevormd door een Egyptische kroonlijst, soms zelfs nog versierd Fig. 79. f. met de Ureusslang. Op een munt, gevonden te Byblos, komt een klein tempeltje voor, terwijl resten van tempels Fig. 79. d. gevonden worden op Gozzo, Malta en Cyprus. De tempels op het eiland Cyprus, een belangrijke Phoenicische nederzetting, zijn alle gewijd aan de godin Astarte (Aphrodite, Venus), die aan deze kust uit de golven heette te zijn geboren. Hier werden ook de proto-Jonische zuilen gevonden, een afzonderlijke vorm die nergens elders werd aangetroffen. Wat de details betreft: een op Cyprus bij T r a p e z a gevonden kapiteel heeft als hoofd- Fig. 79. m. motief een lelie en is voluutvormig; een ander, gevonden te Athieno, is eveneens voluutvormig, doch vertoont Fig. 79. k. als hoofdmotief de lotusbloem. Zuilen waren van hout of met metaal beslagen; ook de zolders waren van cederhout.

"De Phoenicische huizen hadden meer dan één verdieping, waarvan in ieder geval de benedenste verdieping van steen was. De Oostersche gewoonte getrouw was op de bovenste verdieping een terras aangebracht. Van den eigenlijken huizenbouw bleef niets bewaard en de bestaande restauraties berusten geheel op fantasie.

Beteekende de Phoenicische bouwkunst niet veel, het was vooral de kunstnijverheid die bloeide. Bekend waren de Phoeniciërs om hun fabrikatie van glas en van purper. Vazen van gebakken klei, bleekrood met donkerbruine teekening, evenals die uit graven zijn opgedolven te Dali, Alambra en Larnaka op Cyprus, zijn kenmerkend versierd met rechtlijnige motieven (uit de weefkunst) en spiraalvormige motieven en concentrische cirkels. Zigzag-, ruiten schaakbord-ornamenten houden geen verband met den vorm. Op Assyrischen invloed wijst de toepassing van heilige boom tusschen twee dieren. Fig. 79. e.

3. DE HEBREEËRS trokken ± 1250 uit Egypte naar Palestina. Ze vormen het eenige volk, dat slechts één god aanbad, terwijl ook de wetgeving van Mozes het vervaardigen van godenbeelden verbood.

De Hebreeërs, zelf geen bouwmeesters en niet technisch aangelegd, lieten Phoeniciërs naar Jeruzalem komen. Zoo ook voor den bouw van den Jahwe-tempel die ± 1000 v. Chr. door koning Salomo werd gesticht.'

De talrijke grafteekens in de Jordaanvlakte en in de nabijheid van Jeruzalem dragen wel zeer oude namen, doch zijn afkomstig uit het Laat-Grieksche tijdvak en vertoonen invloeden van de meest uiteenloopende stijlen.

De Jahwe-tempel te Jeruzalem werd ± 1000 v. Chr. door den Phoenicier Hirom uit Tyrus voor koning Salomo gebouwd. Hij verrees op een kunstmatig terras van 490 bij 460 M. Overigens is er niets van bewaard gebleven. Herhaaldelijk verwoest en herbouwd, is hij ten slotte door den Romeinschen veldheer Titus met den grond gelijk gemaakt en voorgoed verdwenen. Op zijn plaats verrijst nu de Omarmoskee. De gegevens uit den Bijbel zijn niet van een bouwkundige afkomstig, maar van een enthousiast, die nadruk wilde leggen op den rijkdom.

De indeeling, voorzaal en cella, herinnert aan Egypte. De cella was door een voorhang of kleed in twee deelen: het heilige en het heilige der heiligen, verdeeld. Van de grootte en het aantal vertrekken binnen den ommuurden tempelkring is niets bekend. De steenen muren waren binnen bekleed met cederhout en gouden platen. Dat ook vrijstaande zuilen kunnen zijn gebruikt, bewijst de munt van Paphos, waarop een Astarte (Venus) tempel Fig. 79. g. Is afgebeeld.

Sluiten