Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 west-azië. ;de bouwkunst in klein-azië. «

Waarschijnlijk vertoonde het paleis van koning Salomo gelijkenis met het Egyptische, zoowel als met het Perzische, wat de distributie betreft.

De graven, z.g. van Zacharias en van Absalon, zijn vrijstaand, en losgehakt van den rotswand. Ze vertoonen combinaties van zuilen met volutenkapiteelen, Egyptische kroonlijsten, en zijn pyramide- of kegelvormig.

4. DE LYKIËRS, een bergvolk, bewoonden de Zuidkust van Klein-Azië, met belangrijke plaatsen als Phellos, Antiphellos, Xanthos, Telmessos, Limyra, Prysa en Myran. Van hun bouwwerken zijn de rotsgraven het meest merkwaardig. Ze zijn Fig. 79. i en n. in de rots gehouwen en vertoonen gevels met een volledig in steen overgebrachte houtconstructie. Soms ook zijn de grafteekens geheel vrij gehakt uit den rotswand en vormen zelfstandige monolithgebouwtjes in hoofd- Fig. 79. b. vorm gelijkend op houten sarcophagen. De latere rotsgraven zijn geheel afhankelijk van de Grieksche architectuurvormen. De gevels vertoonen tympans en het karakteristieke sparrenkoppenfries.

5. DE LYDIËRS, die ten N.-W. van de Lykiërs woonden, waren een handelsvolk, dat omstreeks 550 v. Chr. over geheel Klein-Azië heerschte. In genoemd jaar werd de hoofdstad

Sar des door Cyrus verwoest en Lydië ingelijfd bij Perzië.

De Lydiërs bouwden uitsluitend grafmonumenten, en wel tumuli van een tot dusver onbekenden vorm. De onderbouw is cylindrisch; de van polygonale steenen opgetrokken ringmuur, die een sokkel en kroonlijst vertoont, werd opgevuld met vastgestampte aarde. Het bovendeel werd kegelvormig beëindigd.

Het graf van Tantalos, dat zoo gebouwd werd, heeft in het midden een rechthoekig grafvertrek van groote steenen, dat door overkragende steenen is afgedekt. Dit in de nabijheid van Sardes gelegen grafteeken heeft een middellijn van 70 M.

Het graf van Alyattes (de vader van den Lydischen koning Croesus f 584), moet grooter zijn geweest dan de Egyptische pyramiden, daar de heuvel nu nog 70 M. ongeveer hoog is. Ook hier was de grafkamer inwendig zorgvuldig gemetseld door een gewelf. Behalve door overkraging kwamen ook gewelven voor, gevormd uit wigvormige steenen.

6. DE PHRYGIËRS woonden ten N, en ten N.-W. van de zee van Marmora, tot diep in het

1

Sluiten