Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!ï ZUID- EN OOST-AZIË. DE INDISCHE BOUWKUNST. 83

W eda's, de heilige liederen waren geschreven, die recht en zeden en geloof inhielden.

Tot in de 15e eeuw bewoonden de Ariërs de Pendjab (vijfstroomenland) en vereerden den zonnegod Indra. In de 14e eeuw begon het tijdperk van heldendaden en veroveringen op de inwoners van het Gangesdal. Toen na eeuwen harden strijd de oorspronkelijke zwarte bevolking was verdreven, werden ook de Weda's vervangen door het nationale epos: de Mahabharata en de Ramayana, heldendichten en krijgszangen, in verschillende latere eeuwen gewijzigd en uitgebreid tot een zeer omvangrijk werk.

De priesterkaste, de Brahmanen, namen

; Fig. 86. Pagode. Boeddhagayatempel. (Naar foto).

• Fig. 85. Kailasatempel. (Naar Gailhabaud).

na de krijgslieden de heerschappij in handen; ze verdeelde het volk in kasten: priesters, krijgslieden, landbouwers en handwerkslieden en paria's, welke laatsten de uitgeworpen oorspronkelijke inboorlingen waren, onrein en veracht. Zelfs het water, stroomend over hun schaduw, was verontreinigd, weshalve ze vervolgd en gejaagd werden als wilde dieren.

De drie hoogste goden zijn Brahma, de verheven schepper, Vishnoe, de onderhouder, de god van zon en licht, en Ciwa, de verderver, doch tevens de vernieuwer van het geschapene en levenbrenger. In verschillende landstreken genoten de drie hoofdgoden, samen de Trimoer ti, de drieëenheidvormend, verschillende waardeering. Ciwa b.v. genoot op Java de

Sluiten