Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZUID- EN OOST-AZIÊ. DE INDISCHE BOUWKUNST.

85

andere volkeren. In 508 v. Chr. verwoest de Perzenkoning Darius N.-W. VoorIndië, en in 326 onderwierp Alexander de Groote Indië tot aan den Indus, want reeds in overouden tijd was Indië het land der wonderen en van onbegrensden rijkdom, tengevolge waarvan het steeds het doel was van veroveringstochten. Het Boeddhisme heerschte van de 3C eeuw v. Chr. tot de 7e eeuw na Chr., toen het Neo-Brahmaïsme in Voor-Indië het Boeddhisme bijna volledig verdrong; in de 12e eeuw na Chr. dringt de Islam door en treft het Neo-Brahmaïsme op het toppunt van zijn bloei aan. Na de 10e eeuw verrijzen in Indië sporadisch enkele bouwwerken.

1. BOUWKUNST EN MONUMENTEN. De Indische bouwkunst is

niet als die van West-Azië voor Europa van ingrijpenden aard, en haar vormleer is praktisch van geen groote beteekenis. De Ariërs waren, toen ze de Pendjab binnentrokken, hun bronstijdperk reeds voorbij, doch bouwden uitsluitend in hout. Dit is ook de reden, dat er geen oud-Brahmaansche bouwwerken ineer over zijn, daar eerst bij het doordringen van Perzen en Grieken het hout door het materiaal steen werd vervangen, evenwel zóó, dat eeuwen lang de houtbouw zuiver werd geïmiteerd in steen.

In West-Azië zagen we een langzamen, maar gestadigen vooruitgang: Egypte, Assyrië, Perzië, Klein-Azië, Griekenland, en steeds verder door de middeleeuwen heen tot in dezen tijd kunnen we de vervolmaking der bouwkunst van de Europeesche volkeren volgen. In Indië maakte in dezelfde landen de bouwkunst slechts langzaam vorderingen, daar aan eens geslaagde typen hardnekkig werd vastgehouden. Zelfs is een zekere achteruitgang niet te ontkennen. De aanraking met de Mohammedanen en later met de Europeesche volkeren had geen verbetering tengevolge, doch slechts verrijking van details, en de invloed van deze hoogere beschaving werd in de Indische opgezogen als het ware, zoodat de bouwkunst tot heden specifiek Indisch bleef.

2. De Oud-Indische architectuur begint dus met het Boeddhisme. Koning Azoka maakte ± 250 v. Chr. het Boeddhisme tot staatsgodsdienst en liet ter eere van den grooten meester talrijke gedenkteekenen oprichten, gedenkzuilen, stupa's (steenen tumuli) en grottentempels.

Fig. 89. Ruiters als pilasters, van de groote pagode te Sriringam. (Naar I'Art pour tous).

Sluiten