Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

ZUID- EN OOST-AZIË. DE INDISCHE BOUWKUNST.

uitgespaard. De details zijn steeds willekeurig, en vooral bij monolithtempels soms geheel afwijkend van type tengevolge van toevalligheden in de rotsstructuur.

5. DE PAGODEN. Het hoogtepunt bereikt de Indische architectuur in den pagodenbouw, welke overal verspreide monumenten, door de Hindoe's Vimana's genoemd, vooral talrijk voorkomen in het Zuidelijk deel van Voor-Indië, in Achter-Indië en op de eilanden van den Indischen archipel.

Een pagode (Bhagavati = heilig huis) heeft Fig. 88. een stupa-hoofdvorm; meestal bestaat een pagode uit een complex van poorten, terrassen, torens,

Wfi^^S?5^K^3ït^^;?^^Sfraf*; : bijtempels, zuilen, gaanderijen, pelgrimszalen

\i scnuuri s) en reimgingsuassins, anes uour een muur (of meerdere muren, binnen elkaar liggende hoven vormend) omringd. De kern van de pagode bestaat uit een vierkante cella, de reliquihouder achter in een driebeukig ruim, waarvoor meer of minder zuilenhallen zijn gebouwd. Boven de cella verheft zich op een rechthoekigen lagen onderbouw de machtige hoofdtoren, die tot 15 verdiepingen hoog kan zijn. Twee hoofdvormen van pagoden

zijn te onderscheiden: a. iedere hoogere verdieping ervan vormt een kleinere piramide en Fig. 86. b. de buitenlijn van de pagode is flauw gebogen. Vaak eindigen de pagoden naar boven in Fig. 82. 6. een meloenvormigen koepel.

Boven de poorten naar de pagoden, Gopuca's genaamd, verheft zich ook een trappyramide Fig. 91. of koepel, bovenaan meestal eindigend in een zadeldak. Deze Gopura's vormen vaak de hoogste gedeelten van het complex.

Pagoden vindt men o. a. te Bhuanisnar (uit de 6e, 7e en 10e eeuw); te Kanarak (10e eeuw); te Fig. 82. 6. Jaggernaut (12e eeuw); te Kadschurao (10e eeuw); te Gwalior (lle eeuw); te Sriringam, Madura, Chalambrom, Tandjoer en Mahamalaipoer. Fig. 94.

Het materiaal is meestal zandsteen, zonder specie zorgvuldig op elkaar gestapeld, soms met ingelaten ijzeren klauwen voor het verband. Alle onderdeelen zijn versierd, dragende zoowel als gedragen, zoodat er geen onversierde muurdeelen bestaan; ook voor lijsten in zeer rijke profileering (meestal rechthoekige) en friezen is, zoomin als voor zuilen en pijlers, een type als voorbeeld te stellen.

Sprookjesachtig sthoon, van wit marmer en door ragfijn beeldhouwwerk als van kantwerk, zijn de Jaintempels in N.-W. Engelsch-Indië, o. a. te S ad ree, Amravati en op den berg Aboe. Ze zijn door de Jains, een sekte tusschen de Boeddhisten en Brahmanen in, in de llc en 12e eeuw gebouwd. Omstreeks 1850 waren ze in

Fig. 96. Shwe Dagon pagode te Rangoon.

Sluiten