Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WEST-AZIË EN EUROPA. DE VOOR-GRIEKSCHE OF MYKEENSCHE BOUWKUNST. 115

Voor-Grieksche paleisvormen is geen bepaald grondplan aangegeven. De betrekkelijk kleine vertrekken zijn door open gaanderijen omgeven, en het geheele complex is niet omgeven door zware verdedigingswerken.

a. Even oud zijn de ruïnen van Troje, het hedendaagsche H i s s a r 1 i k. De ruïne van dezen burcht bestond uit 9 lagen op elkaar; de 2' laag was het prae-historische Troje, van ± 2000 v. Chr. Dit Troje beslaat slechts een oppervlakte van 8000 M2. De burcht, die het paleis omringde, was onregelmatig veelhoekig; de met metselwerk bekleede steenen muren werden door torenvormige versterkingen onderbroken, terwijl het bovendeel der muren uit vakwerk bestond, n.1. uit in de zon gedroogde kleitegels, versterkt door houten balken. De dikte is 3.5-4 M.

Binnen de burcht werd het prototype van het Grieksche woonhuis gevonden. De mannenzaal had een voorhal, terwijl de zaal 10 X 15 M. groot was. In het midden lag de haard, waarvan de rook door een opening erboven inden zolder, dieniet door zuüen werd gedragen, ontweek. De zolder bestond 'uit ronde houten balken, aangevuld met klei.

De vrouwenwoning heeft geen voorhal, doch bestaat uit twee achter elkaar liggende kleine vertrekken.

Eerst de 6* laag is het Troje, dat door Homerus wordt bezongen. Uit den gevorderden bronstijd afkomstig, was het grondplan veel grooter, n.1. ± 20000 M2., de omringende muur, 5 M. dik, had reeds rechthoekig regelmatig steenverband, doch de huizen vertoonen nog het oude grondplan. Fig. 121. b. De burcht te Tiryns, op een 18 M. hooge rots (acropolis), is de geboorteplaats van de Heracliden, en het voornaamste architectonisch bouwwerk uit het Mykeensche tijdvak. De rots stijgt uit de vlakte op en draagt de 300 M. lange en 100 M. breede schoerizoolvormige burcht, die in een benedenburcht ivoor het volk) en een bovenburcht, de citadel van den vorst, is verdeeld. Fig, 120. 1. Vooral de bovenburcht is goed bewaard gebleven. De gemiddeld 71 /2 M. dikke muren zijn plaatselijk tot 17 '/2 M.

zwaar, met uitgespaarde voorraadskamers en galerijvormige, door overkraging driehoekig gewelfde, gangen. De toegang is aan de Oostzijde; tusschen twee muren doorgaand, bereikt men een poort, tusschen de muren ingesloten; vervolgens komt men aan de propylaeën, een poortgebouw met zuilen aan voor- en achterzijde, waarachter de voorhof ligt. Rond dezen voorhof werden de stallen voor de paarden gebouwd.

Gaande volgens het pijltje op figuur 121 geeft een tweede kleiner poortgebouw toegang tot den hof van het paleis (H), die aan drie zijden van een zuilengaanderij is voorzien en een Zeusaltaar, dat, rechts van den ingang, ligt.

Het paleis zelf bestaat weer (fig. 121,3) uit een mannenwoning (M), een vrouwenwoning (V) en andere bijvertrekken. De mannenwoning is nu in drieën gedeeld: a. een open voorhal (Aithusa) met twee zuilen; b. een dwarsvertrek (Prodomos) en c. de mannenzaal (Meoarón). In het midden van het Megaron lag de ronde haard, waarom vier houten zuilen, die het dak droegen; de gebouwen waren n.1. één verdieping hoog. Boven den haard was in het midden van den zolder een vierkant gat aangebracht, waardoor licht viel en de rook werd afgevoerd. Maar met zekerheid is deze opening niet aan te toonen, daar het zeer wel mogeüjk is, dat het licht viel door zijlichten in den hoogeren middenbeuk, of dat er openingen waren aangebracht tusschen de balken aan den kant.

De vrouwenwoning lag meer afzonderlijk en was minder gemakkelijk bereikbaar. Naast de vrouwenwoning lag het slaapvertrek (SI), terwijl nog meer Oostelijk de schatkamer (S) lag. Westwaarts van de mannenwoning was een badvertrek gebouwd. Wat de talrijke overige vertrekken betreft, waren dit waarschijnlijk voorraadskamers, keukens, werkplaatsen, etc.

c. Het paleis te Mykene vertoont een zelfde type; de toegang, die men bereikt door een hollen weg, 10 M. Fig. 122. breed en 17 M. lang, wordt bewaakt door de beroemde leeutvenpoorf, die beneden 3 M. en boven 2.85 M. breed is. De totale hoogte is 5'/2 M. Groote, eenigszins binnenwaarts hellende steenen posten, dragen een horizontalen balk, die 4.8 M. lang, 2 M. breed en 1,2 M, hoog is, naar boven segmentvormig afgerond. Boven dezen balk is,

Sluiten