Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII. DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

ET LAND. HELLAS. HET LAND VAN DE HELLENEN, IS HET ZUIDELIJKSTE van Europa. Geheel bedekt met bergen en hoogvlakten, brengen weinige laagvlakten wat afwisseling; groote rivieren bezit het schiereiland niet. Daarentegen is de kust met de talrijke diepe insnijdingen schiereilanden vormend, vol afwisseling en uiterst gunstig voor zeevaart en handel, terwijl bovendien aaneengesloten eüandengroepen de zee, die Griekenland van Klein-

Azië scheidt, overbruggen..

Het klimaat, zeer afwisselend, in dalen mild, op hoogvlakten soms ijzig koud (de berg Olympos is 3000 M. hoog), maakte de bewoners van het land gehard. 2 HET VOLK, dichterlijk van aanleg en hoogst begaafd, stond boven het Egyptische waar nuchter verstand, en boven het Oostersche, waar onbeteugelde fantasie alle kunstuitingen beheerschte. Ondernemend en zeevarend, wonen heden ten dage nog ongeveer 3'/2 millioen Grieken in Griekenland, en langs de kusten van het oostelijk bekken van de Middellandsche Zee. Oorspronkelijk zijn ze uit Thessalië afkomstig, en heeten hier Aeoliërs. Alle Grieken, die geen Doriërs (afstammend uit Doris in Centraal Hellas) of Ioniërs (oorspronkelijk bewoners van Attika en de Noordkust van de Peloponnesus) waren, werden Aeoliërs genoemd.

Ongeveer 1000 jaar v. Chr. kwamen voor de bewoners van Hellas de eerste bloedige botsingen met de Aziatische volkeren, en tengevolge van de groote volksverhuizing werden de Mykeensche (Pelasgers of Archaiërs) verdrongen. De Aeoliërs vestigen zich op Lesbos en het Noordelijk deel van de Westkust van Klein-Azië. De Ioniërs verhuisden naar het midden van de Westkust van Klein-Azië, en stichtten groote steden als Milete, Ephesos, Kolophon; bovendien namen ze de eilanden vóór de Westkust als Naxos, Delos, Paros, Chios en Samos in bezit. De Doriërs veroverden ± 1104 de Peloponnesus, en vestigden zich op de zuidelijke eilanden in de Aegaeische zee, Knidos, Kythera. Kreta, Melos, Thera, Rhodos. en de Zuid-Westkust van Klein-Azië. En later Stichtten ze groote koloniën op Sicilië en in Zuid-Italië, waar de Phoeniciërs werden verdrongen.

Griekenland was, het land gaf er aanleiding toe, verdeeld in vele kleine republieken met een democratische regeering. De individueele vrijheid, toch gebonden door strenge wetten, was gunstiger voor de ontwikkeling dan het despotisme en kastenindeeling bij de omringende Oostersche volkeren; de republieken waren dan ook goed geordend op staatkundig gebieden wat aangaat het sociale leven. Zoo Attica met de hoofdstad Athene, Boeotië met Korinthe, Laconië met Sparta en Elis met Olympia als hoofdstad.

Onderlinge strijd kon niet uitblijven. Doriërs, mannelijk, streng, ernstig en zwaarmoedig, matig en waardig, stoer en moedig, vertoonen raseigenschappen, geheel verschillend van die der Ioniërs, die beweeglijk, vroolijk, levenslustig en fijngevoelig waren. Maar bij de om de vier jaren plaats hebbende Olympische spelen te Olympia, Delphi e. a. plaatsen kwamen de verschillende staten uit Groot-Griekenland weer bijeen, en vooral naar buiten vormden de gezamelijke Hellenen een eensgezind volk, in die vereeniging zóó krachtig, dat het hun 500 v. Chr. gelukte de Perzen te verslaan. D; hierop volgende bloeiperiode was echter van korten duur. Athene, centrum geworden van de wereldkultuur, wekte den naijver op van Sparta, de strijd om de leiding (hegemonie) begint, en tijdens de nu heerschende verdeeldheid werden de Grieken in 338 door de Macedoniërs in den slag bij Chaeronia verslagen, waarmede aan de prachtige kuituur van dit rijk voor goed een einde werd gemaakt. Wel beleefde de Grieksche kunst nog een nabloeftijdperk, doch toen in 168 het koninklijk Macedonië door de Romeinen werd onderworpen en in 146 Korinthe verwoest, werd Griekenland een Romeinsche provincie. 3 De godsdienst bestond, ook al weer in groote tegenstelling met die der Oostersche volkeren, niet in een ' sombere afgodendienst, doch is een bijna lichtzinnig te noemen godenvereering. De 900 v. Chr. ontstane Homerische

Sluiten