Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

123

uit een grooter aantal treden, hooger j" fFig. 128. 1. dan voor begaanbaarheid vereischt is. f Bovendien verschillen ze onderling | vaak in hoogte en breedte, zóó dat de £ ' grootste op- en aantrede beneden is. : Door invoeging van steenblokken of £ uithakken van de bestaande treden £ wordt dan een begaanbare trap ge- : maakt aan de voorzijde, soms ook aan • de achterzijde, over een breedte van : 2 of 3 intercolumnia. Op het boven- : tig. 129. 8 /. vlak van het krepidoma, stylobaat ge- j naamd, rusten de zuilen. £ De zuilen zijn vrijdragende steunen : Fig. 129.8k. voor het dak; de drukking hiervan j wordt verdeeld over de zuilen en de j cellamuren. Geheel de functie wordt :

door den vorm symbolisch vertolkt. £

Beneden, waar de last wordt overge- j

r bracht op het stylobaat is de zuil het :

dikst (Dorische orde) of is een speciale £

verdikking aangebracht, het basement; :

en daar, waar de last wordt opge- !

nomen, is ook een verbreeding, het £ Fig. 129. 8i, kapiteel aangebracht. Ook de schacht £' zelf drukt een veerkrachtig in staat zijn :

tot opneming van grooten last uit. Daar ' »........«..•.....•••««..•••••••••••••••

aan het benedeneind bij den te dragen last ook nog het eigen gewicht kómt, heeft de zuil hier den grootsten diameter; het naar boven dunner worden noemt men verjongen. Fig. 127. Deze verjonging geschiedt niet volgens een rechte lijn, waardoor een afgeknotte kegel zou zijn ontstaan, maar volgens een flauw gebogen lijn, die ook zou ontstaan als de zuil uit een veerkrachtige stof onder groote drukking ware vervaardigd; deze naar buiten convexe lijn noemt men entasis.

Opdat de schacht niet gedrongen mocht lijken, en meer wijzen moest op een druk in Fig. 130. vertikale richting, zijn over de geheele lengte groeven aangebracht, canneluren of rhabdosis.

Deze canneleering is weinig diep, b.v. bij de Dorische orde, waarbij tevens het aantal nog klein is; of wel de groeven zijn dieper en grooter in aantal, als b.v. bij de andere orden. Ze werden eerst na het stellen aangebracht; van te voren werden de canneluren dan op den ondersten en den bovensten trommel aangebracht, en na het zuiver stellen en bevestigen van de tusschenliggende trommels werden ze van groeven voorzien. De trommels Fig. 128. 3. werden zorgvuldig op elkaar geslepen en tegen zijdelingsche afschuiving met doken bevestigd,

Fig. 127. Parthenon. (Naar CoUignon).

Sluiten