Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

127

kapiteel van den

Fig.

Theseustempel te

1. Dorisch Athene.

2. Dorisch kapiteel van den tempel van Demeter, te Paestum.

3. Dorisch zuilkapiteel met beschildering.

4. Drie mutulen profilen, achtereenvolgens van den grooten tempel te Paestum, van het Theseion, en van den marmeren Dorischen tempel op Samo-

thrake. (Naar Hauser).

5. Kapiteel van den Jupitertempel te Selinus.

(Naai Gailhabaud).

6. Hoofdgestel van den Jupitertempel te Selinus.

, (Naar Gailhabaud).

7. Zuil en hoofdgestel van den tempel te Segesta.

(Naar Gailhabaud).

129.

8. Dorische orde. a = sima; b — geison; c = tympanon ; c/ -|- e = fries; cf = triglyph; e — metope; f = regulae; g ~ epistylion of architraaf; h — dekplaat; / = echinus; k — schacht; l = stylobaat; m = krepidoma.

9. Vertikale doorsnede van een Dorisch hoofdgestel.

10. Dorische zuildoorsnede. (Naar Batticher).

11. Cannelures van de triglyphen van het Theseion.

(Naar Relch).

12. Kapiteel van den Dorischen tempel op Samothrake.

13. Profiel van het kapiteel van het Parthenon.

14. Profiel van de spira van het kapiteel van het Parthenon.

15. Dorisch antenkapiteel, met beschildering.

De afdekking boven den zuilomgang (pteron) bestaat uit steenen platen met vierkante uitgediepte velden (cassetten), die op steenen balken rusten. Deze steenplaten (kalymmata) Fig-129. 9. zijn ook wel doorbroken (stroteren) en op de openingen worden kleinere dunne platen gelegd, met stervormen beschilderd. De cassetten, waarvan de verdiepte velden geprofileerd zijn, zijn niet alleen decoratief, maar verminderen ook het gewicht. De talrijke tempelbranden zijn de oorzaak, dat de houten zolderbalken (dokoi), waarop de cassetten lagen, geheel verdwenen zijn. Misschien ook was de geheele afdekking van hout, met terracotta platen of verguld metaalbeslag bekleed. Maar hiervan is hoegenaamd niets bewaard gebleven.

De vloerbedekking bestaat eenvoudig uit steenen platen of marmer, en later uit ornamentaal en figuraal mozaïkwerk.

Als materiaal werd ruwe mergelkalksteen (poros) en bij rijkere bewerking marmer gebezigd, prachtig zuiver bewerkt met gepolijste voegen, zonder kalk verbonden, maar van ijzeren doken en haken voorzien. Deze doken werden ook bij zuilen toegepast, als ze niet monolith waren.

Volgens het voorgaande is het duidelijk, dat het constructieve systeem van den tempel, evenals het grondplan voornamelijk berust op de rechte lijn en den rechten hoek. Bogen zijn, zoomin als gewelven toegepast, terwijl het ronde grondplan uitsluitend tot den Laattijd behoort.

Verder wordt de geheele Grieksche bouwkunst in 3 onderafdeelingen gesplitst. 1. Dorische, 2. Ionische en 3. Korinthische stijl.

De Dorische en Ionische stijl zijn geheeten naar de gelijknamige volksstammen; de Dorische stijl is in de Peloponnesus en op Sicilië en Beneden-Italië gebruikelijk; de Ionische in Oostelijk Griekenland en Klein Azië. In Attika worden onder wisselwerking van den Ionischen en Dorischen stijl, waardoor Attisch-Dorische en Attisch-Ionische variaties ontstaan, alle drie stijlen toegepast. De Korinthische stijl is dan de jongste van de drie.

Sluiten