Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

Fig. 130. Kapiteel en zuil van het Parthenon, Athene.

1. DE DORISCHE ORDE.

Wanneer de eerste Dorische tempels zijn gebouwd, is niet met juistheid vastgesteld. Zonder overgangstypen zijn ze waarschijnlijk terstond op den houtbouw gevolgd in de constructie, zooals we die kennen. Waren de tempels uit de 7e eeuw na- Chr. nog geheel zonder speciaal Dorische eigenschappen, in de 6e eeuw zien we ze plotseling ontstaan en wel zóó, dat meteen alle Oostersche- of houtbouw invloeden verdwenen zijn. Heteenige werkelijke verschil tusschen Vroegen Laat-Dorische tempels is het Steeds lichter worden van de constructie.

Dorische tempels zijn steeds antentempels of peripteros. Ze

verschillen in 't algemeen slechts in afmetingen en in plattegrond. Tempels van meer dan één verdieping zijn niet bekend. Antentempels o. a.: te Rhamnus, Eleusis.

Peripterostempels o. a.: te Girgenti, Paestum, Selinus, Aegina, Athene, Olympia, Phigalia, Nemea, Korinthe.

De onderbouw bestaat uit stereobaat en stylobaat, en heft de oneffenheden van het terrein op. Het stereobaat is van natuursteen, stylobaat en treden zijn van marmer.

2. De zuil helt zeer weinig naar de cellamuren uit aesthetisch of constructief oogpunt. Ze is Fig. 127. zeer zelden monolith, maar bestaat uit trommels, die alleen in 't midden en aan den rand dragen, en op elkaar geslepen worden. Onder den ondersten trommel is een ronde scamillus aangebracht.

Het aantal canneluren bedraagt 16 tot 20; de hoogte 4 tot 6'/2 X onderste zuildoorsnede; Fig. 129. 10. de verjonging 'ƒ3 tot '/s onderste zuildoorsnede; de entasis (het buiten den kegel uitstekende deel) '/80 tot '/

140» en het intercolumnium ll/6 tot 23/5 onderste zuildoorsnede.

Hoe ouder het bouwwerk hoe korter en dikker de zuil. De hoogte bedraagt te Korinthe nog geen 4, op Sicilië 4'/2 tot 5, te Athene in het bloeitijdperk 5l/2—52/3, en tijdens de Alexandrijnsche periode 6 tot 63/4 onderste zuildoorsneden. De entasis is zeer gering: bij de zuilen van den Theseustempel '/uo. hij het Parthenon '/no het grootst bij den tempel te Aegina, n.1. '/so onderste zuildoorsnede.

Het intercolumnium varieert niet alleen bij verschillende tempels, maar soms ook aan één tempel. Zoo kan de

Sluiten