Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

Fig. 138. Attisch-Ionische orde van den tempel van Nikeapteros te Athene. (Naar D'Èspouy).

is vooral zichtbaar in de toepassing van voluten en basement. Zijn de Aziatisch-Ionische bouwwerken groot, de Attisch-Ionische zijn kleiner; de laatste orde ontwikkelt zich edeler en fijner en meer volmaakt. Beide vormen van de Ionische orde kenmerken zich door een lichter bouwsysteem dan de Dorische orde.

In Klein-Azië is het grondplan gewoonlijk een peripteros (Priene) of een dipteros (Ephesos, Milete); daarentegen in Attika krijgt de tempel den vorm van een prostylos (Erechtheion) of een amphiprostylos (Niketempel te Athene). De hoofdkenmerken van de Ionische orde zijn: een rijk geprofileerd basement, slanke zuilen met volutenkapiteel, en een ongedeeld fries met nguraal ornament.

2. De onderbouw is bij Ionische tempels als bij de Dorische rechtlijnig, met uitsluiting van de kromme lijn.

Het basement. Bij de Dorische orde bestaat slechts een enkel voorbeeld van een zuilbasement, n.1. aan een tempel te Priene, waarbij het uit e ïn torus of cirkelring bestaat, rustend op een cylindrische plint. Het Aziatisch-Ionische basement is kenmerkend onderscheiden van het Attisch-Ionische: het eerste rust n.1. op een plint, dat bij het laatste type ontbreekt.

Het Aziatisch'Ionisch basement rust op een vierkante plint of voetplaat;

Sluiten