Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

147

Fig.

150. Kapiteel van den tempel van Apo'.lo Didymeos, Milete.

ranken en rozettenzijn aangebracht, waarvan derangschikking verschilt. Naar beneden is het kapiteel steeds Fig. 150. afgesloten door een astragaal of parelsnoer als halsring. De vier overstekende hoeken van den vierkanten abacus worden schijnbaar gesteund door naar buiten uitgebogen akanthusbladeren, die door een band of snoer aan den kelk schijnen te zijn gebonden.

Daar de kelkvorm voor kapiteelen reeds vroeger door andere volkeren werd toegepast, bestaat de nieuwe vinding eigenlijk alleen in het akanthusblad met zijn distelachtig karakter, rijk en gesneden omtrek, Fig. 152. a. hooge reliefribben, gezaagden bladrand en fraaie gebonden stylatie. Van af de rechte tanden van den bladrand Ioopen de nerven alle naar den bladvoet, aldus zonder eenige vertakking bijna evenwijdig ontspringend.

Dit rijke architecturale motief bleef sinds de invoering bij alle volkeren in gebruik.

a. Het Vroeg-Korinthische kapiteel bestaat uit een gladden kelk (kalathos), waar het ornament, zich tegen aan Fig. 152. b. vlijt. Dit eenvoudige kapiteel is niet minder fraai dan het rijkere. De meest eenvoudige vorm is wel die, waar boven een enkelvoudige bladrij een vierkante dekplaat volgt. Dergelijke eenvoudige kapiteelen zijn een enkele maal gevonden op den acropolis te Athene en ook elders. Fig. 151. b. Het palmkapiteel, eveneens zeer eenvoudig, sluit geheel aan bij het Egyptische, is echter rijker geleed, minder streng. Het werd toegepast aan de midden zuilenrij in een tweebeukig gebouw.

c. Rijker reeds wordt het kapiteel, als boven den acanthusbladrand een tweede rij gladde smalle,*gaafrandige bladeren wordt geplaatst, en tusschen de vierkante dekplaat en deze gladde bladeren een ronde schijf wordt ingelascht. Hier is reeds het kapiteel horizontaal in twee sprekende deelen verdeeld. Het aantal akanthusbladeren bedraagt 8, het aantal spitsen 16. De laatste ontspringen achter de eerste, en loopen tot onder den abacus

door. Voorbeelden aan den Toren der Winden te Athene, en aan den Fig. 147. Apollotempel te Milete. Fig. 150.

d. De rijkste vorm is het z.g. kapiteel van Kallimachos. De benedenste Fig. 149. helft van de kern wordt omringd door een enkelvoudigen of dubbelen akanthuskelk van 8 bladeren ieder, of door akanthusbladeren en gladde bladeren.

Uit dezen bladerenkelk ontspringen 8 ranken, waarvan er telkens 2 samenkomen onder de hoeken van den abacus, waar ze in voluten overgaan, aldus een prachtigen overgang vormend naar de boven den kelkvorm uitstekende

Fig. 151. Palmkapiteel van de Hal van Attalos II, te Pergamon. (Naar Gonze).

Sluiten