Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUWKUNST DER GRIEKEN.

149

Deze consoles zijn rijk versierd, S-vormig gebogen met een groote voluut aan den buitenkant, met een naar buiten boven gebogen akanthusblad tegen den onderkant, öf wel ze zijn, als balkuiteinden, onversierd prismavormig. Doch ook in het laatste geval is er nog een klein afdekkend lijstje op de console aangebracht. De afstand der consoles onderling is grooter dan die van de tanden der tandlijst, en ongeveer gelijk aan den voorsprong van de gootlijst. Daardoor komen aan de onderzijde van het platvierkant vierkante velden in 't zicht, die versierd worden met cassetten, in 't midden waarvan een rozet wordt aangebracht. De tanden van de tandlijst springen zeer weinig uit en staan vertikaal.

De hoogte van het hoofdgestel is ± 22/3 onderste zuildoorsnede, b.v. bij het Lysikratesgedenkteeken.

Daar de Grieken zich alle bouw- i orden voorstelden als monolith, j werd op de voegen tusschen de ;

afzonderlijke steenblokken geen nadruk gelegd, doch zooveel mogelijk werden deze aan het oog onttrokken. Alleen in den Laattijd werden ze meer geprononceerd.

Van zoldering en dak bleef niets bewaard; de constructie was waarschijnlijk als bij de Dorische en Ionische monumenten.

Wel zijn van het grafteekente Mylassa driehoekige cassetten gevonden, doch de dakconstructie van monumenten als de Toren der Winden en het Lysikratesgedenkteeken is te klein om hieruit een conclusie te trekken voor de constructie van het Korinthische dak in 't algemeen.

Het materiaal bestond uit fijn marmer, dat uitsluitend bewerkt werd met reliëfs en beeldhouwwerk, dat, hoewel gedeeltelijk verguld, door de meer naturalistische vormen een versterking door kleur niet noodig had.

HET GRIEKSCHE ORNAMENT.

De Grieken ontleenden hun ornamentale motieven aan de plantenwereld en dierenwereld onder duidelijken invloed van Egyptische en Assyrische ornamentatie, en aan nijverheidsvoorwerpen. Ook de van oude stijlen overgenomen elementen werden karakteristiek vervormd en even specifiek Grieksch als de nieuwe Grieksche vondsten. Duidelijk overgenomen zijn b.v. palmet en lotus, terwijl b.v. de akanthus, roos. klimop, laurier, wijndruif met ranken, winde, denappel, papaver meer uitsluitend Grieksche vormen vertoonen.

Fig. 153. Bekroning van het Lysikratesgedenkteeken te Athene, b en c. Voor- en zijaanzicht der consoles van de deurbekroning van het Erechtheion.

Sluiten